Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitgangspunten en systematiek

Onderdeel van Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 september 2021

De Wab beschrijft de (minimale) eisen die aan de opleiding tot accountant worden gesteld, welke voortvloeien uit Richtlijn 2014/56/EU. De Wab bepaalt tevens dat bij de inschrijving van een accountant in het accountantsregister een aantekening wordt geplaatst als de opleiding van de accountant voldoet aan de eindtermen voor het uitvoeren van wettelijke controles, zoals bedoeld in de Wet toezicht accountantsorganisaties. CEA heeft als taak om eindtermen vast te stellen voor de accountantsopleidingen, met inachtneming van de beroepsprofielen van de NBA en de vakgebieden in het Besluit accountantsopleiding 2013, aldus artikel 49, tweede lid, onder a, Wab. In 2014 hebben CEA en NBA, vanuit een gezamenlijke visie op de accountantsopleiding, een nieuwe kwalificatiestructuur en een daarbij passend opleidingsmodel voor toekomstige accountants vastgesteld. Daarmee wordt de vakbekwaamheid van accountants op een hoog niveau geborgd. Het opleidingsmodel is afgestemd op de pluriforme beroepspraktijk en op de behoeften vanuit de markt aan diensten van accountants. Er geldt een kwalificatiestructuur, waarin niet elke accountant op grond van zijn opleiding bevoegd is om alle soorten assurance-opdrachten te verrichten waaronder (wettelijke) controles van jaarrekeningen. Het mogen uitvoeren van wettelijke controles vereist in de huidige kwalificatiestructuur een aantekening van de gevolgde opleiding in het accountantsregister. Het opleidingsmodel bevat een ‘Common body of knowledge’ die voor alle typen accountants gelijk is en een tweetal oriëntaties, die specifiek opleiden voor de (toekomstige) beroepspraktijk. Een student kan kiezen uit: (1) een oriëntatie ‘Assurance’ die vooral gericht is op het verschaffen van assurance en (de wettelijke) controle of (2) een meer algemene oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden. Kenmerkend en onderscheidend voor de opleiding tot accountant is de te verwerven deskundigheid op het gebied van Auditing & Assurance. De opleiding geeft alle studenten een brede, gemeenschappelijke theoretische basis, die wordt aangevuld met één van de hierboven genoemde gerichte oriëntaties. Het model biedt ruimte voor inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs, waarbij de theoretische- en de praktische vorming, hand in hand kunnen gaan. De eindtermen zijn gericht op de startbekwame accountant, die zich na het verwerven van de accountantstitel verder zal ontwikkelen en desgewenst zal specialiseren. De opleiding bestaat uit een theoretische opleiding en een driejarige praktijkopleiding. Tijdens de praktijkopleiding, die zoveel mogelijk samenloopt met het laatste deel van de theorieopleiding, moeten studenten (trainees) aantonen dat zij de verworven theoretische kennis en vaardigheden ook daadwerkelijk in de beroepspraktijk kunnen toepassen. Evenals de theoretische opleiding kent ook de praktijkopleiding de hiervoor genoemde oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’. De inhoud van de oriëntaties verschilt, maar ook in de praktijkopleiding is er een gemeenschappelijke basis met betrekking tot het opdoen van ervaring in assurancewerkzaamheden. Het opleidingsmodel ziet er schematisch als volgt uit: Bij het vaststellen van eindtermen heeft CEA de Verordening op de beroepsprofielen1Staatscourant 2015, 31706 – NBA Verordening op de beroepsprofielen, juni 2015 in acht genomen. Het beroepsprofiel beschrijft beknopt het werkveld, de functies en de werkzaamheden van accountants (AA en RA), een aantal aan de accountantsopleiding te stellen eisen en de belangrijkste competenties waarover accountants na afronding van hun opleiding moeten beschikken. De verordening vormt een uitwerking van het in de vorige paragraaf beschreven opleidingsmodel. De beroepsprofielen van de NBA gaan uit van het pluriforme accountantsberoep waarin accountants verschillende functies (kunnen) vervullen. Binnen die functies moeten in verschillende rollen beroepstaken kunnen worden uitgevoerd. Aan de kwalificatie accountant zijn derhalve de volgende (in meer of mindere mate) te beheersen generieke rollen verbonden: (ethisch) professional en assurance provider, poortwachter, communicator, onderzoeker, klantregisseur, manager en samenwerker. Van deze rollen zijn kerncompetenties afgeleid waarover elke accountant moet beschikken. Deze kerncompetenties beschrijven zowel de vaktechnische deskundigheid als de professionele vaardigheden en het professionele gedrag dat van accountants verwacht wordt. De eindtermen zijn vervolgens van deze kerncompetenties afgeleid. De kerncompetenties, die zien op de accountant als startbekwame accountant, omvatten het: zelfstandig richting en uitvoering geven aan assurance-opdrachten, aan assurance verwante opdrachten en overige opdrachten, zoals adviesopdrachten; zich rekenschap geven van de maatschappelijke rol van de accountant, hiernaar in overeenstemming met de fundamentele beginselen, genoemd in de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants, handelen en daarbij het algemeen belang voorop stellen; toepassen van de vereiste professioneel-kritische instelling om tot zelfstandige en professionele oordeelsvorming te komen; onderkennen van de eigen grenzen en beperkingen en waar nodig hulp van andere deskundigen of experts inschakelen; afleggen van verantwoording over het eigen functioneren als accountant; tijdig signaleren van veranderingen in het vakgebied en het beroep, inclusief de maatschappelijke implicaties hiervan, deze analyseren naar relevantie, bespreken met vakgenoten en niet-vakgenoten en zo nodig toepassen; toepassen van verschillende methoden en technieken, teneinde zelfstandig een methodologisch verantwoord onderzoek uit te kunnen voeren op een deelgebied van de accountancy; taxeren van de waarde of de bruikbaarheid en beperkingen van een onderzoek op het vakgebied; goed onderhouden van de relatie met een opdrachtgever en adequaat anticiperen op de behoeften en verwachtingen van interne en externe gebruikers van professionele diensten van accountants; analytisch denken, strategisch denken en logisch redeneren; helder, begrijpelijk en overtuigend communiceren in woord en geschrift; al dan niet als projectmanager, leiding geven aan individuen en een team, waaronder ook het optreden als coach of mentor van beroepsbeoefenaren of toekomstige beroepsbeoefenaren, en in verschillende rollen en omstandigheden constructief en verbindend samenwerken binnen een team of met andere professionals. Zoals gezegd geldt voor alle kerncompetenties dat deze moeten worden bezien in de context van de startbekwame accountant die zich professioneel verder zal ontwikkelen (zie verder § 3.1). De nieuwe eindtermen zijn geïnspireerd door het CanMEDS-model (Frank JR, 2005) uit Canada dat door de Nederlandse medische opleidingen als referentiemodel voor de ontwikkeling van eindtermen is gehanteerd. Dit model gaat uit van een indeling in rollen en competenties van de arts in verschillende beroepssituaties en was derhalve goed bruikbaar voor zowel het beroepsprofiel als de eindtermen. Voor de uitwerking van eindtermen is gekozen voor de Tuning-methodologie2http://unideusto.org/tuningeu/ (hierna Tuning), die inmiddels wereldwijd gebruikt wordt voor het formuleren van eindtermen voor opleidingen in het hoger onderwijs en tevens goed toepasbaar is op beroepsopleidingen. Tuning is vanaf 2000 ontwikkeld met als doel om de Bologna-eisen te implementeren in het hoger onderwijs en de vergelijkbaarheid van opleidingsprogramma’s te bevorderen en daarmee ook de erkenning van andere kwalificaties. Het motto van Tuning is het ontwikkelen van opleidingsprogramma’s op basis van diversiteit en autonomie met als belangrijkste doel de aansluiting tussen beroepspraktijk en opleidingen te bewerkstelligen. Via de Tuning-methodologie worden opleidingsprogramma’s ontwikkeld van een hoog abstractieniveau (het opleidingsprofiel) naar een gedetailleerd niveau (de leerdoelen). Een nadere uiteenzetting van de Tuning-methodologie (in tien stappen) en de wijze waarop hiervan bij de ontwikkeling van de eindtermen gebruik is gemaakt is opgenomen in bijlage 1. Bij de concrete uitwerking van competenties en eindtermen zijn de eindtermen van andere accountantsopleidingen in de wereld, waaronder die van IFAC, AICPA, CICA en Common Content, als referentiemodel gebruikt en zijn de Nederlandse eindtermen hieraan getoetst. De eindtermen besteden specifieke aandacht aan de conceptuele vorming van accountants door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. Zodoende gaat minder aandacht uit naar de herhaalde toepassing van en oefening met bepaalde regels en standaarden. De eindtermen bieden daardoor ruimte om in de onderwijsprogramma’s vernieuwing in onderwijsmethoden en -technieken door te voeren en zowel integratie tussen vakken als tussen theorie- en praktijkopleiding te effectueren. De eindtermen zijn, conform het opleidingsmodel, onderscheiden naar de oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’ om optimaal invulling te geven aan de diverse beroepsprofielen. De gemeenschappelijkheid van de opleidingen komt tot uitdrukking in de ‘Common body of knowledge’, terwijl in de oriëntaties de gewenste differentiatie is aangebracht. Daarnaast zijn er drie ‘streams’ die als een rode draad door de opleiding lopen. Dit betreffen: de maatschappelijke rol van accountants, IT en corporate governance. De eindtermen van deze ‘streams’ komen in diverse kernvakken en bedrijfseconomische vakken aan de orde en leiden tot een duidelijke accentversterking van de desbetreffende competenties in de opleiding. De eindtermen vragen specifiek aandacht voor de beroepshouding van accountants waarbij een sterk bewustzijn van de maatschappelijke rol wordt ontwikkeld en reflectie plaatsvindt op maatschappelijke vraagstukken voor het eigen functioneren. De eindtermen vragen dan ook veel aandacht voor ethiek, onafhankelijkheid, professioneel kritische instelling, communicatieve vaardigheden en andere soft skills die onder meer in de generieke eindtermen tot uitdrukking komen. Een deel van deze eindtermen kan een accountant zich eigen maken door cognitieve kennisverwerving. Een ander deel heeft met ervaring te maken of de mogelijkheid zaken op een dieper niveau te overwegen en een eigen ethisch toetsingskader bij zijn werkzaamheden toe te passen. Ook moet een accountant zich goed realiseren aan welke psychologische verschijnselen hij blootstaat als hij met (morele) dilemma’s wordt geconfronteerd. Belangrijk in dit verband zijn de eindtermen voor het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming die onderdeel zijn van de ‘Common body of knowledge’. De eindtermen besteden relatief veel aandacht aan IT. Om het belang van een geïntegreerde benadering van IT te benadrukken, is hiervoor geen zelfstandig basisvak opgenomen. Zo richt ICAIS zich op het inrichten van de informatieverzorgende processen en IT in een organisatie teneinde relevante en betrouwbare informatie te kunnen verstrekken. Terwijl bij Audit & Assurance de focus ligt op vraagstukken waar specifieke IT-toepassingen (zoals ERP-omgeving, internetverkopen en -betalingen, cloud-toepassingen) aan de orde komen. Corporate governance is een thema dat bij alle kernvakgebieden, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie, Recht en Financiering, aan de orde komt hetgeen niet wegneemt dat de betreffende eindtermen ook in een afzonderlijk vak kunnen worden ondergebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel