Bepalend is of de uitvoeringsorganisatie de aangevraagde scholing noodzakelijk acht voor de re-integratie-inspanning van de uitkeringsgerechtigde en dat zij het bekostigingsvoorstel goedkeurt.
Aangezien elk re-integratieplan op de persoon is toegesneden, is deze beoordeling maatwerk. De uitvoeringsorganisatie zal echter in ieder geval kijken of de aanvraag voor scholing logisch voortvloeit uit het vastgestelde re-integratieplan. Helpt deze scholing bij, of ligt deze in het verlengde van, eerdere plannen op basis waarvan betrokkene eraan werkt om zich alsnog te kwalificeren voor de arbeidsmarkt? Het gaat dus over het nut van deze scholing voor deze persoon, gezien de afstand van deze betrokkene tot de arbeidsmarkt.
Het bovenstaande betekent niet dat betrokkene geen andere scholing kan of mag doen dan die in het vastgestelde (al dan niet gewijzigde) plan is opgenomen. Maar die kosten komen dan niet voor vergoeding in aanmerking en gedurende die specifieke scholing blijft de sollicitatieplicht onverminderd van kracht. Die andere scholing wordt niet aangemerkt als het voldoen aan de sollicitatieplicht.
Scholingskosten zijn voor rekening van het overheidsorgaan8In §8 wordt ingegaan op de financiële aspecten van de scholing., voor zover de uitvoeringsorganisatie die scholing noodzakelijk acht voor de re-integratie-inspanning van de uitkeringsgerechtigde en die uitvoeringsorganisatie het bekostigingsvoorstel goedkeurt. De praktijk leert dat re-integratiebureaus wel aangeven of een bepaalde scholing zinvol is voor betrokkene, maar niet of die ook noodzakelijk is voor hem of haar. Dit maakt het lastig voor de uitvoeringsorganisatie om de genoemde noodzakelijkheid te beoordelen. Bedoeling van de regeling is echter dat de motivering van het re-integratiebureau zodanig is dat de uitvoeringsorganisatie op basis daarvan kan beoordelen of zij de vergoeding van de scholing in redelijkheid kan toekennen. Die beoordeling is maatwerk want sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden van het desbetreffende geval.
In dit verband is de expertise van het re-integratiebureau dus erg belangrijk; en die moet doorklinken in de motivering. Want het bureau heeft de verantwoordelijkheid de scholingsaanvraag en het daarmee verbonden bedrag, zodanig aan het vaststellend orgaan, de uitvoeringsorganisatie, voor te leggen dat deze een deugdelijke beoordeling kan maken. De circulaire beoogt handvatten te geven voor deze beoordeling(scriteria), maar de beoordeling is zodanig afhankelijk van de individuele omstandigheden van het geval dat de motivering van het re-integratiebureau in het specifieke geval essentieel is. Het begrip ‘noodzaak’ moet in dit licht worden gelezen. De scholing kan dus best algemener van aard zijn, maar de motivering moet zien op de vraag waarom deze scholing gezien de omstandigheden en afstand tot de arbeidsmarkt van deze betrokkene voor hem of haar een wezenlijke bijdrage kan leveren tot het weer kunnen betreden van de arbeidsmarkt. In zijn motivering moet het re-integratiebureau zich dus verplaatsen in zowel zijn cliënt als in de uitvoeringsorganisatie.
Om houvast te geven aan zowel de uitvoeringsorganisatie als aan het re-integratiebureau als aan de uitkeringsgerechtigde, worden in deze circulaire overwegingen genoemd die bij deze beoordeling in ieder geval moeten worden betrokken. In §9 worden deze samengevat. In §11 zijn voor dit houvast voorbeelden opgenomen.
Uit genoemde beoordelingsbevoegdheid van de uitvoeringsorganisatie vloeit voort dat zij aan het volgen van de scholing eisen kan stellen. Het volgen van de scholing is niet vrijblijvend.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 6
Wat wordt verstaan onder noodzakelijke scholing?
Onderdeel van Circulaire scholing tijdens uitkering ex Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 2021