Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Voorwaarden aan de vergoeding van scholing

Onderdeel van Circulaire scholing tijdens uitkering ex Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 3 februari 2021

Naast nut en noodzaak van de opleiding beoordeelt de uitvoeringsorganisatie het scholingsverzoek ook op de volgende aspecten: Is de verhouding prijs/kwaliteit van de scholing op zichzelf redelijk? De scholingsaanvraag bestaat natuurlijk uit een korte beschrijving van de beoogde scholing en de daaraan verbonden prijs. Mede op basis van het advies van het re-integratiebureau beoordeelt de uitvoeringsorganisatie of die kosten in redelijke verhouding staan tot de door de leverancier van de scholing te leveren prestaties. Hierbij kan ook meegewogen worden of er niet een goedkopere of kwalitatief betere of meer op de betrokkene toegesneden variant mogelijk is. Is de verhouding redelijk tussen het gevraagde bedrag van de scholing en de (resterende) duur en hoogte van de uitkering? De scholing moet renderen tijdens de uitkering. Dat is niet alleen een inhoudelijk vereiste. De kosten ervan moeten ook in verhouding zijn tot de hoogte van de uitkering en de (resterende) duur. Hierbij wordt ook in ogenschouw genomen of er meer scholingsaanvragen zijn ingediend door betrokkene. Op zichzelf kan betrokkene scholing aanvragen met het oog op verschillende inkomstenbronnen, maar het totaalbedrag moet wel in verhouding blijven tot de uitkering. Is het vanzelfsprekend dat de scholingsaanvraag ten laste wordt gebracht van de Appa-uitkering? Deze vraag kan bijvoorbeeld spelen als betrokkene naast de uitkering ook in loondienst is en de scholing voor een groot deel voortvloeit of ten goede komt aan dat werk in loondienst. Een ander voorbeeld is dat opleidingskosten bij het opzetten van een eigen bedrijf tijdens de uitkering vaak fiscaal ten laste kunnen worden gebracht van het eigen bedrijfskapitaal. In dit soort situaties worden deze kosten dus niet vergoed door de uitvoeringsorganisatie. Wat is het rendement van de scholing tijdens de uitkeringsduur? Opleidingen renderen het best als zij in het begin van de uitkering worden ingezet. Naarmate de opleiding in een later stadium van de uitkeringsduur wordt aangevraagd, is de motiveringsplicht voor betrokkene zwaarder, mede gezien de in het re-integratieplan sinds het begin opgenomen afspraken. Een indicatie voor zo’n verzwaarde motiveringsplicht is dat de aanvraag in principe moet zijn gedaan op een tijdstip dat ligt op minder dan de helft van de uitkeringsduur. Naarmate de datum van scholing dichter aanligt tegen het einde van de toegekende uitkeringsduur, is er minder aanleiding voor toewijzing van de aanvraag. Zoals gezegd, het doel van de scholing is de uitkering tot nihil terug te brengen; niet in eerste instantie om betrokkene tijdens de uitkering een bepaald opleidingsniveau te laten bereiken ten behoeve van de periode na de uitkering. De cesuur op de helft van de uitkeringsduur is dus geen harde, die scheidslijn is een indicatie. Vóór die datum is de afweging ‘Ja, tenzij’, na die datum ‘Nee, tenzij’. Dus als er redenen zijn waarom scholing alsnog nodig is, is scholing niet verboden, maar moet de keuze voor scholing nadrukkelijk(er) worden toegelicht. Het komt voor dat uitkeringsgerechtigden pas na het uitvoeren van andere uit het re-integratieplan voortvloeiende activiteiten gereed zijn voor het solliciteren en pas tijdens het solliciteren ervaren dat zij worden afgewezen op het feit dat zij een bepaalde scholing missen. Dit kan zich ook voordoen bij iemand die eerst tevergeefs heeft geprobeerd een eigen onderneming te starten tijdens de uitkering en na meer dan de helft van de uitkeringsduur scholing nodig blijkt te hebben om voor een functie in loondienst in aanmerking te komen. Ook in dit soort gevallen geldt dat er, naarmate de datum van die scholing dichter aanligt tegen het einde van de toegekende uitkeringsduur, meer aanleiding is voor terughoudendheid wat betreft financiering via de Appa. Maar dit soort omstandigheden kunnen ook de basis zijn voor genoemde verzwaarde motivering. De hier bedoelde beoordeling kan door genoemd tijdsverloop ook leiden tot een verlaging van het ambitieniveau ten aanzien van de gewenste nieuwe functie. Dat is een consequentie van het doel van de scholing in het kader van de Appa: het gaat om het rendement van die scholing tijdens de uitkering. Dat die scholing effect heeft voor de periode erna is niet meer dan een afgeleid effect, geen doel op zich. Substantiële scholing en/of scholing in het buitenland Met het toestaan van substantiële scholing wordt zeer terughoudend omgegaan. Hetzelfde geldt voor studies in het buitenland. Voor beide soorten aanvragen geldt een verzwaarde motivering voor betrokkene/het re-integratiebureau (‘Niet, tenzij’). Enerzijds geldt hier het uitgangspunt van individueel maatwerk, maar anderzijds het rendementsaspect en de regel dat de Appa geen studiefinanciering is. Een belangrijke factor hierbij is ook de gevraagde intensiteit van de scholing. Gelet op deze weging gelden de volgende regels bij de beoordeling: De kosten van voltijd scholing die langdurig is, worden niet vergoed. Betrokkene is dan namelijk niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Een voltijds cursus van twee dagen is geen probleem, zes weken kan nog redelijk zijn, mede gezien genoemde afstand tot de arbeidsmarkt, maar een voltijd opleiding van enige maanden is dat niet. Naarmate de duur van de scholing langer is, moet beter worden gemotiveerd wat die scholing oplevert en dat die gaat renderen. Is er bijvoorbeeld sprake van een zodanige schaarste aan dit soort kennis of functionarissen dat betrokkene na afronding van deze scholing een met aan zekerheid grenzende kans op werk heeft, dan zal die duur van enige maanden minder bezwaarlijk zijn. De kosten van langdurige scholing die niet voltijds is (bv een dag in de week), zouden wel kunnen worden vergoed als deze scholing enige maanden duurt, maar niet als die meerjarig is. Net als bij het vorige punt, geldt dat naarmate de duur van de scholing langer is, beter moet worden gemotiveerd wat die scholing oplevert en dat die gaat renderen. De kosten van meerjarige opleidingen, of deze nu voltijds zijn of niet, worden niet vergoed. Deze kosten stuiten af op het rendementsaspect en de regel dat de Appa geen studiefinanciering is. Indien een bepaalde scholing zodanig veel tijd en inspanning vergt dat het uitvoeren van (andere) sollicitatieactiviteiten niet reëel is, maar die noodzakelijk wordt geacht en als zodanig in het re-integratieplan wordt vastgesteld, betekent dit voor de sollicitatie-plicht dat betrokkene niet actief meer solliciteert, maar wel in voorkomend geval een aanbod moet accepteren. Terugbetalingsverplichting bij niet-afronden van de scholing De scholing wordt aangeraden gezien de afstand van betrokkene tot de arbeidsmarkt; zij is geen plicht. Het gaat met scholing over een investering in de toekomstige werkkring van die desbetreffende uitkeringsgerechtigde. De kosten hiervan komen voor rekening van het overheidsorgaan9In §8 wordt ingegaan op de financiële aspecten van de scholing.. Het volgen van de scholing is dus niet vrijblijvend. Voorwaarde voor toekenning van een scholingsverzoek is dat betrokkene een verklaring tekent dat hij of zij de scholingskosten terugbetaalt als de scholing niet wordt afgerond. Deze verklaring bevordert dat betrokkene gemotiveerd is voor zijn of haar scholingskeuze en dat deelname niet vrijblijvend is. Uitgangspunt is dat betrokkene na afronding van de scholing een certificaat van succesvolle deelname overhandigt aan de uitvoeringsorganisatie. Het zonder goede redenen beëindigen van de in het plan opgenomen scholing kan voor de uitvoeringsorganisatie bovendien aanleiding zijn voor een sanctie10Zie hoofdstuk 6 van de brochure en hoofdstuk 4 van het Sollicitatiebesluit.. Als onderdeel van het plan is het volgen van die scholing namelijk een in het plan opgenomen verplichting. De meeste uitkeringsgerechtigden zullen hun scholing afronden. Dan treedt de clausule niet in werking. Mocht deze wel in werking moeten treden, dan resteert er (als uitvloeisel van de overige afwegingsfactoren) nog zoveel van de uitkeringsduur dat het bedrag verrekend kan worden met de uitkering. Ook indien er sprake zou zijn van enig uitstel in de scholing. Eventueel uitstel zal bovendien in samenspraak zijn met alle betrokken partijen. En aangezien betrokkene getekend heeft voor deze verplichting ligt de bewijslast bij betrokkene. De betaling van de factuur door de uitvoeringsorganisatie zal immers pas hebben plaatsgevonden als de verklaring is getekend door de uitkerings-gerechtigde. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel