De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de volgende activiteiten die door of namens de waterbeheerder worden verricht:
- - **a.** het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.35 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- - **b.** het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk of het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- - **c.** het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- - **d.** het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- - **e.** het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
- - **f.** het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving.