Behoudens in de in de paragrafen 4.1.3 en 4.1.4 bedoelde gevallen zendt de inspecteur binnen vier weken na de dag van toezending van de gronden van het hoger beroep door het gerechtshof de op de zaak betrekking hebbende stukken aan het gerechtshof en dient hij, overeenkomstig paragraaf 4.1.5 van dit besluit, in beginsel een verweerschrift in.
Voor het verweerschrift in hoger beroep geldt wat betreft de eenheid van beleid en uitvoering hetzelfde als voor een verweerschrift bij de rechtbank (zie paragraaf 2.2.2).
Voor het verweerschrift in hoger beroep geldt wat betreft een eventueel tegemoetkomen aan de grieven van belanghebbende hetzelfde als voor een verweerschrift bij de rechtbank (zie paragraaf 2.2.3).
Als de inspecteur door bijzondere omstandigheden niet in staat is het verweerschrift in te dienen binnen de in paragraaf 4.1.1 bedoelde termijn van vier weken, kan hij het gerechtshof schriftelijk verzoeken om verlenging van deze termijn. Zo nodig vraagt de inspecteur tevens om verlenging van de termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep. Paragraaf 2.2.4 is van overeenkomstige toepassing.
Voor de inhoud van het verweerschrift gelden dezelfde eisen als voor de inhoud van een verweerschrift bij de rechtbank (zie paragraaf 2.2.5). Wat betreft de over te leggen stukken gaat het hierbij om de op de zaak betrekking hebbende stukken voor zover deze niet al in de procedure voor de rechtbank zijn overgelegd, en een afschrift van de uitspraak van de rechtbank. Voorts wordt in een bijlage vermeld welke processtukken al tot het dossier behoren.
Als belanghebbende hoger beroep instelt tegen de beslissing van de rechtbank, kan de inspecteur binnen zes weken nadat het gerechtshof de gronden van het hoger beroep aan de inspecteur heeft verzonden incidenteel hoger beroep instellen. De inspecteur stelt incidenteel hoger beroep in als hij meent dat het geschil in hoger beroep meer moet omvatten dan de door belanghebbende omschreven geschilpunten. Hij beoordeelt dit samen met de betrokken vaktechnisch coördinatoren. Bij het instellen van incidenteel hoger beroep vindt vervolgens een collegiale toetsing plaats, overeenkomstig paragraaf 2.2.2.
Na ontvangst van het afschrift van de conclusie van repliek, dient de inspecteur, binnen de door het gerechtshof gestelde termijn, in beginsel een conclusie van dupliek in.
Als de inspecteur door bijzondere omstandigheden niet in staat is de conclusie van dupliek in te dienen binnen de door het gerechtshof gestelde termijn, kan hij het gerechtshof schriftelijk verzoeken om verlenging van deze termijn. Paragraaf 2.2.4 is van overeenkomstige toepassing.
In de conclusie van dupliek reageert de inspecteur op de in de conclusie van repliek aangevoerde punten. Het is niet de bedoeling dat de conclusie van dupliek een doublure wordt van het verweerschrift. Waar nodig verwijst de inspecteur in de conclusie van dupliek naar de relevante punten van het verweerschrift.
Voor de mondelinge behandeling op een zitting van het gerechtshof is paragraaf 2.4 van overeenkomstige toepassing.
Als belanghebbende op grond van artikel 8:81 Awb het gerechtshof heeft verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, verstrekt de inspecteur binnen de door het gerechtshof gestelde termijn de op de zaak betrekking hebbende stukken. De inspecteur kan gewichtige redenen hebben om een bepaald op de zaak betrekking hebbend stuk niet (volledig) te overleggen en een beroep te doen op geheimhouding (artikel 8:29 Awb).
Na ontvangst van het afschrift van de uitspraak van het gerechtshof wordt de inhoud daarvan in het kort vastgelegd in het in paragraaf 1.3 bedoelde bestand. Op de originele afschriften mag niet worden geschreven.
Wanneer de inspecteur geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, beoordeelt hij samen met de betrokken vaktechnisch coördinatoren of hij een cassatievoorstel zal indienen. Daarbij geldt wat betreft de eenheid van beleid en uitvoering hetzelfde als voor een verweerschrift bij de rechtbank (zie paragraaf 2.2.2). De inspecteur dient een cassatievoorstel te doen binnen tien dagen na de datum van terpostbezorging van het afschrift van de uitspraak. Zie voor de indiening ook paragraaf 5.1.1.
Wanneer de inspecteur, in geval van vereenvoudigde behandeling van het beroep, van oordeel is dat een uitspraak onjuist is, dient hij een verzetschrift in bij het gerechtshof. De inspecteur kan daarin verzoeken over zijn verzet te worden gehoord.
Het verzetschrift wordt ingediend binnen zes weken nadat de uitspraak aan partijen is verzonden.
Voor zover tegen een uitspraak cassatieberoep wordt ingesteld, of de termijn daarvoor nog niet is verstreken, wordt die uitspraak nog niet uitgevoerd.
Onderdelen van de uitspraak die in de loop van de cassatieprocedure nog aan de orde kunnen worden gesteld, worden nog niet uitgevoerd.
Als zowel belanghebbende als de inspecteur zich bij de uitspraak neerlegt, draagt de inspecteur zorg voor de uitvoering van de uitspraak van het gerechtshof nadat deze onherroepelijk is geworden.
Voor zover de vermindering of vernietiging van het bestreden besluit leidt tot vergoeding van griffierecht, proceskosten of immateriële schade wordt verwezen naar paragraaf 6.3.
Als de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft is hij griffierecht verschuldigd, zoals in de uitspraak vermeld.
De inspecteur beoordeelt samen met de betrokken vaktechnisch coördinatoren of de uitspraak van het gerechtshof voor andere belanghebbenden van belang kan zijn en neemt zo nodig contact op met de griffie van het gerechtshof met het verzoek de uitspraak op www.rechtspraak.nl te publiceren.
Artikel 4
Hoger beroep door belanghebbende
Onderdeel van Besluit Beroep in Belastingzaken· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 april 2021