Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoger beroep door de inspecteur

Onderdeel van Besluit Beroep in Belastingzaken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 april 2021

Als de inspecteur na afstemming met de betrokken vaktechnisch coördinatoren besluit hoger beroep in te stellen, dient hij binnen zes weken (zie artikel 6:7 Awb) een beroepschrift overeenkomstig paragraaf 3.1.4 van dit besluit in. In gevallen waarin de inspecteur niet in staat is een gemotiveerd beroepschrift in te dienen binnen de termijn van zes weken, gaat de inspecteur na toestemming van de betrokken vaktechnisch coördinator pro forma in hoger beroep en verzoekt hij het gerechtshof om een termijn te stellen voor het motiveren van het beroepschrift. Voor het beroepschrift geldt wat betreft de eenheid van beleid en uitvoering hetzelfde als voor een verweerschrift bij de rechtbank (zie §paragraaf 2.2.2). Voor de inhoud van het beroepschrift gelden dezelfde eisen als voor de inhoud van een verweerschrift bij de rechtbank (zie paragraaf 2.2.5). Wat betreft de over te leggen stukken gaat het daarbij om de op de zaak betrekking hebbende stukken voor zover deze niet al in de procedure bij de rechtbank zijn overgelegd, en een afschrift van de uitspraak van de rechtbank. Voorts wordt in een bijlage vermeld welke processtukken al tot het dossier behoren. Na daartoe door het gerechtshof in de gelegenheid te zijn gesteld, dient de inspecteur, binnen de door het gerechtshof vastgestelde termijn, in beginsel een conclusie van repliek in. Als de inspecteur door bijzondere omstandigheden niet in staat is de conclusie van repliek in te dienen binnen de door het gerechtshof gestelde termijn, kan hij het gerechtshof schriftelijk verzoeken om verlenging van deze termijn. Paragraaf 2.2.4 is van overeenkomstige toepassing. In de conclusie van repliek reageert de inspecteur op de in het verweerschrift aangevoerde punten. Het is niet de bedoeling dat de conclusie van repliek een doublure wordt van het beroepschrift. Waar nodig verwijst de inspecteur in de conclusie van repliek naar relevante punten van het beroepschrift. Voor de mondelinge behandeling ter zitting van het gerechtshof is paragraaf 2.4 van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 4.6 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel