Indien DNB besluit tot een Bibob onderzoek, zal zij eerst een Eigen onderzoek uitvoeren. Dit Eigen onderzoek zal worden ingeleid met een vragenlijst, waarna DNB naar eigen inzicht de in deze Beleidsregels genoemde onderzoeksmiddelen kan inzetten. De betrokkene is uit hoofde van de Wet Bibob verplicht om aan DNB de gegevens en documenten te verschaffen om haar in staat te stellen een Eigen onderzoek te verrichten.
Bij het Eigen onderzoek kan DNB de navolgende informatie opvragen, waarbij zij telkens aan de hand van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zal beoordelen welke middelen daarvoor passend zijn:
Informatie zoals aangegeven op het Bibob-vragenformulier;
open bronnen onderzoek;
politie informatie op basis van artikel 4.3 eerste lid onder L Besluit Politiegegevens;
justitiële en strafvorderlijke informatie op basis van artikel 15 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens;
informatie van het RIEC;
een Netwerktekening van de afdeling TRACK van de Dienst Justis van het ministerie van Veiligheid en Justitie;
een artikel 11a Wet Bibob bericht van het Bureau Bibob;
een tip van de officier van justitie op grond van artikel 26 van de Wet Bibob; en/of
Eventuele andere informatiebronnen.
Het niet (volledig) beantwoorden van de Bibob-vragenlijst en/of het niet (volledig) overleggen van de op het formulier gevraagde documenten, kan ertoe leiden dat onderhandelingen om te komen tot een overeenkomst/gunning van een opdracht worden afgebroken of een reeds gesloten overeenkomst of gegunde opdracht wordt opgeschort of ontbonden.
Op basis van de uitkomst van het Eigen onderzoek zal DNB één van de volgende beslissingen nemen:
de onderhandeling/opdracht/ vastgoedtransactie wordt voortgezet;
Bureau Bibob wordt om nader advies gevraagd; of
de onderhandeling om te komen tot een overeenkomst wordt afgebroken, de opdracht wordt niet gegund of een reeds gesloten overeenkomst wordt ontbonden.
De uitkomst van een Eigen onderzoek kan voor DNB tevens aanleiding zijn om in de overeenkomst nadere, al dan niet ontbindende, voorwaarden op te nemen.
De betrokkene wordt schriftelijk geïnformeerd over de beslissing van DNB zoals bedoeld in het eerste en tweede lid.
Indien DNB voornemens is om een beslissing te nemen zoals bedoeld in het eerste lid sub c of het tweede lid, informeert DNB betrokkene over de gronden voor dit voornemen en stelt zij betrokkene in de gelegenheid om zijn zienswijze op dit voornemen te geven. DNB legt betrokkene(n) de voorgenomen beslissing voor en gunt betrokkene een termijn (in beginsel 14 dagen) om hierop te reageren.
Artikel 2
Eigen onderzoek
Onderdeel van Beleidsregels Toepassing Wet Bibob door De Nederlandsche Bank· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 8 april 2021