De verkrijging van een of meer aandelen in een OZR kan een belastbaar feit zijn voor de overdrachtsbelasting. Dit geldt ook voor het onderbrengen van de bedoelde aandelen in een stichting administratiekantoor tegen uitreiking van certificaten. De heffing van overdrachtsbelasting bij certificering kan echter onder omstandigheden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom keur ik het volgende goed.
Bij certificering van aandelen keur ik onder voorwaarden goed dat op verzoek een tegemoetkoming wordt verleend ten bedrage van de door de certificering verschuldigde overdrachtsbelasting.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden:
De aandeelhouder brengt alle in zijn of haar bezit zijnde aandelen in de OZR onder in een administratiekantoor, tegen verkrijging van certificaten.
Bij de certificering wordt voldaan aan de voorwaarden van onderdeel 4.4 van het besluit van 9 maart 2018, nr. 2018-27139(Inkomstenbelasting. Aanmerkelijk belang. Verzamelbesluit).
Voor de goedkeuring is het niet noodzakelijk dat alle aandeelhouders van de OZR hun aandelen certificeren. De aandeelhouder die wenst te certificeren moet wel alle in zijn of haar bezit zijnde aandelen in de OZR onderbrengen in een administratiekantoor tegen verkrijging van certificaten.
De verkrijging van certificaten van aandelen in een OZR kan een belastbaar feit zijn voor de overdrachtsbelasting. Dit geldt ook voor de situatie waarin certificaten worden (terug) omgewisseld voor de onderliggende aandelen.
De heffing van overdrachtsbelasting kan bij het ongedaan maken van de certificering leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat bij het ongedaan maken van certificering van aandelen, door middel van omwisseling van de certificaten voor de onderliggende aandelen, op verzoek een tegemoetkoming wordt verleend ten bedrage van de door het ongedaan maken verschuldigde overdrachtsbelasting.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:
Bij de certificering van de aandelen werd voldaan aan de voorwaarden van onderdeel 4.4 van het besluit van 9 maart 2018, nr. 2018-27139. Bij certificering voor de inwerkingtreding van dat besluit geldt dat, afhankelijk van het tijdstip van certificering, is voldaan aan de voorwaarden vermeld in het besluit van 4 september 2012, nr. BLKB2012/101M, het besluit van 23 november 2006, nr. CPP2006/2674M, het besluit van 14 november 2000, nr. CPP2000/1943M of de resolutie van 23 maart 1962, no. B2/3678.
De certificaathouder wisselt alle in zijn of haar bezit zijnde certificaten om voor de onderliggende aandelen.
De aandelen geven dezelfde rechten die aan de certificaten en de certificaathouder toekwamen.
De inkoop van eigen aandelen, dan wel de uitgifte van aandelen door een OZR kan een belastbaar feit vormen voor de overdrachtsbelasting. Ik acht het niet in alle gevallen gewenst dat overdrachtsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder een voorwaarde goed dat op verzoek een tegemoetkoming wordt verleend voor het bedrag van de verschuldigde overdrachtsbelasting bij:
de verkrijging door een OZR van eigen aandelen als gevolg van een inkoop, direct gevolgd door intrekking van de ingekochte aandelen; en,
de uitgifte (toekenning) van aandelen door een OZR.
Voor deze goedkeuringen geldt de voorwaarde dat de onderlinge gerechtigdheid van de aandeelhouder(s) tot het vermogen van de OZR niet wijzigt. Met de term 'gerechtigdheid' wordt bedoeld het materiële belang bij de waardeontwikkeling van de (fictieve) onroerende zaken, dat door de aandelen wordt vertegenwoordigd. Als er in de onderlinge gerechtigdheid wel een wijziging optreedt, dan is belast hetgeen meer wordt verkregen ten opzichte van de oorspronkelijke verhouding.
Voor een (open end) beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is het in beginsel mogelijk om dagelijks eigen aandelen in te kopen en weer uit te geven. Dit gebeurt op verzoek van beleggers al naar gelang de vraag of het aanbod.
Omdat ingekochte eigen aandelen op korte termijn weer kunnen worden uitgegeven, houdt de beleggingsmaatschappij deze aandelen veelal tijdelijk in portefeuille. De aandelen worden aldus niet ingetrokken. Dit betekent dat een beleggingsmaatschappij die eigen aandelen inkoopt en kwalificeert als een OZR, geen gebruik kan maken van de goedkeuring in onderdeel 5.3 van dit besluit. Immers als voorwaarde bij deze goedkeuring geldt dat de inkoop van eigen aandelen direct wordt gevolgd door een intrekking van deze aandelen. Gezien het bijzondere karakter van een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal acht ik het niet gewenst dat bij een inkoop van eigen aandelen in alle gevallen overdrachtsbelasting wordt geheven als de aandelen voor heruitgifte tijdelijk in portefeuille worden gehouden. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat op verzoek een tegemoetkoming wordt verleend voor het bedrag van de verschuldigde overdrachtsbelasting bij een inkoop door een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal van eigen aandelen die voor heruitgifte tijdelijk in portefeuille worden gehouden.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:
De beleggingsmaatschappij kwalificeert als een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal in de zin van artikel 76a Boek 2 BW dan wel een vergelijkbare buitenlandse wettelijke regeling.
De ingekochte en heruitgegeven aandelen zijn identificeerbaar door middel van een nummering.
De beleggingsmaatschappij saldeert na het einde van elk boekjaar het aantal in het boekjaar ingekochte aandelen met het aantal in hetzelfde boekjaar heruitgegeven aandelen. Voor zover na het einde van het boekjaar het totaal van de in het boekjaar ingekochte eigen aandelen het totaal van de in het boekjaar heruitgegeven aandelen overtreft, worden de op het eind van het boekjaar nog in bezit zijnde in het boekjaar ingekochte eigen aandelen binnen twee maanden na afloop van het boekjaar ingetrokken. Als die aandelen niet binnen twee maanden zijn ingetrokken is alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de onroerende zaken welke per einde van het boekjaar worden vertegenwoordigd door de niet (tijdig) ingetrokken eigen aandelen.
Het boekjaar is 12 maanden. Alleen het eerste boekjaar van een nieuw opgerichte beleggingsmaatschappij mag langer of korter zijn dan 12 maanden. Bij een langer boekjaar is het boekjaar maximaal de periode vanaf de oprichting tot het einde van het kalenderjaar van oprichting, vermeerderd met 12 maanden.
Op het moment van de inkoop van de aandelen moet aan de in dit onderdeel gestelde voorwaarden zijn voldaan.
Het verzoek om een tegemoetkoming voor de overdrachtsbelasting wordt bij de inspecteur van de Belastingdienst ingediend binnen twee maanden na afloop van het boekjaar.
Ter verduidelijking merk ik nog het volgende op. Als de beleggingsmaatschappij niet gedurende het gehele boekjaar voldoet aan de gestelde voorwaarden, geldt de goedkeuring in het betreffende boekjaar alleen over de periode waarin zij wel aan de voorwaarden voldoet.
In het kader van een juridische fusie bedoeld in de artikelen 2:309 e.v. BW is het mogelijk dat een vennootschap (moedervennootschap) fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt (dochtervennootschap). Als gevolg van deze zogenoemde moeder-dochterfusie gaat het vermogen van de verdwijnende dochtervennootschap onder algemene titel over naar de verkrijgende moedervennootschap. De aandeelhouders van de moedervennootschap behouden in dit geval hun aandelen.
Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij het de voorkeur heeft om in geval van een moeder-dochterfusie de moedervennootschap als verdwijnende vennootschap en de dochtervennootschap als verkrijgende vennootschap te laten fungeren (de zogenoemde omgekeerde moeder-dochterfusie). In dat geval trekt de dochter de bij de moeder in bezit zijnde aandelen in en kent vervolgens nieuwe aandelen toe aan de aandeelhouders van de verdwijnende moedervennootschap.
Als in de bovengenoemde situatie de dochtervennootschap kwalificeert als OZR zijn de aandeelhouders vanwege hun verkrijging van de aandelen in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd op grond van het bepaalde in artikel 4 WBR. In het geval de verdwijnende moedervennootschap ook kwalificeerde als OZR, acht ik het niet in alle gevallen gewenst dat de aandeelhouders van deze vennootschap bij de verkrijging van de aandelen in de dochtervennootschap overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat in geval een vennootschap als verdwijnende vennootschap juridisch fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt, een tegemoetkoming wordt verleend ten bedrage van de overdrachtsbelasting die is verschuldigd ter zake van de verkrijging van de aandelen in de als OZR kwalificerende verkrijgende vennootschap.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zeven voorwaarden:
Er is sprake van een juridische fusie als bedoeld in artikel 2:309 e.v. BW of een vergelijkbare fusie naar buitenlands recht
Zowel de verdwijnende vennootschap als de verkrijgende vennootschap kwalificeert direct voorafgaand aan de fusie als een OZR.
De verdwijnende vennootschap is direct voorafgaand aan de fusie de enig aandeelhouder van de verkrijgende vennootschap.
De intrekking van de bestaande aandelen en de toekenning van nieuwe aandelen door de verkrijgende vennootschap vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 325, derde lid, Boek 2 BW of een vergelijkbare bepaling naar buitenlands recht.
De door de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap in het kader van de fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap vertegenwoordigen voor die aandeelhouders uitsluitend dezelfde onroerende zaken als de verdwijnende vennootschap (on)middellijk bezat.
Het materiële belang van de aandeelhouder(s) in de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, dat door de aandelen wordt vertegenwoordigd, wijzigt niet als gevolg van de juridische fusie. Voor zover dit belang wel wijzigt, is over hetgeen meer wordt verkregen ten opzichte van de situatie van vóór de fusie, overdrachtsbelasting verschuldigd.
De aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap blijven nog gedurende een termijn van drie jaren na de juridische fusie in het bezit van alle bij deze fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap.
Op grond van de laatstgenoemde voorwaarde moeten de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap gedurende een termijn van drie jaren na de juridische fusie in het bezit blijven van alle bij deze fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap. De beoordeling van deze voorwaarde vindt plaats per aandeelhouder. Als één of meer van de aandeelhouders niet voldoet(n) aan deze aanhoudingseis, is de door toepassing van deze goedkeuring bij die aandeelhouder(s) niet geheven belasting alsnog verschuldigd. Voor het gedeelte van de aandelen dat is verkregen door de aandeelhouder(s) die blijft (blijven) voldoen aan de aanhoudingseis, blijft de goedkeuring onder de bestaande voorwaarden van toepassing.
Artikel 5
Aandelen in onroerende zaakrechtspersonen
Onderdeel van Overdrachtsbelasting, belastbaar feit· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 mei 2021