Dit deel is gebaseerd op de Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling (2020A010)
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De in dit deel beschreven v.i.-regeling geldt voor veroordelingen tot vrijheidsstraffen die in laatste feitelijke instantie zijn uitgesproken voor 1 juli 2021.32Het gaat om het moment van de uitspraak door de rechtbank of het gerechtshof. De uitspraak hoeft op dat moment nog niet onherroepelijk te zijn. Zij is van toepassing op geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen met een duur van meer dan één jaar. Voor vrijheidsstraffen met een duur tussen één jaar en twee jaar vindt v.i. plaats wanneer de vrijheidsbeneming ten minste één jaar heeft geduurd en van het nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde is ondergaan. Voor vrijheidsstraffen met een duur van twee jaar of meer vindt v.i. plaats wanneer twee derde van de straf is ondergaan.
Indien een veroordeelde meerdere straffen heeft te ondergaan, worden deze zo mogelijk aaneensluitend33De veroordeelde wordt niet tussentijds in vrijheid gesteld. De uitvoering van de straf wordt evenmin anderszins onderbroken. ten uitvoer gelegd. Alleen geheel onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen straffen worden gezamenlijk als één vrijheidsstraf aangemerkt (art. 6:2:6 onder a Sv). De v.i. wordt verleend over het totaal indien de duur hiervan meer dan een jaar bedraagt.
De v.i.-regeling is niet van toepassing in het geval van/bij:
(de tenuitvoerlegging van) voorwaardelijke of deels voorwaardelijke veroordelingen tot vrijheidsstraffen;
Na toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt geen v.i. berekend over een alsnog ten uitvoer te leggen straf(deel);
jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie. Jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie kunnen immers door de rechter te allen tijde in vrijheid gesteld worden (art. 6:6:28 Sv). Op jeugddetentie die is omgezet in een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is de v.i.-regeling wel van toepassing (mits die gevangenisstraf dus meer dan één jaar bedraagt);
vreemdelingen zonder bestendig rechtmatig verblijf. Vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben in Nederland in de zin van art. 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 komen niet voor v.i. in aanmerking. Als een vreemdeling, naar aanleiding van een voor de v.i.-datum ingediende aanvraag, alsnog bestendig rechtmatig verblijf wordt toegestaan valt hij onder het bereik van de v.i.-regeling. Ook als het bestendige rechtmatige verblijf wordt verkregen na de v.i.-datum.
levenslanggestraften.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Het OM heeft een aantal belangrijke taken in het kader van de v.i.-regeling. Een aantal van deze taken is centraal belegd bij de CVv.i. De CVv.i. is ondergebracht bij het Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem. In grote lijnen geldt dat de handhaving van de algemene voorwaarde bij de lokale parketten is belegd en de handhaving van de bijzondere voorwaarden bij de CVv.i. In deze taakverdeling staat overleg en samenwerking voorop.
De CVv.i. beoordeelt in iedere v.i.-waardige zaak of er grond is om uitstel of achterwege laten van de v.i. te vorderen bij de rechtbank. Wanneer de veroordeelde voor v.i. in aanmerking komt, dan bepaalt de CVv.i. of er grond is om bijzondere voorwaarden daaraan te stellen en zo ja, welke, en stelt de CVv.i. de proeftijd voor deze voorwaarden vast. Bij overtreding van de bijzondere voorwaarden beoordeelt de CVv.i. of er grond is om herroeping van de v.i. te vorderen; het lokale parket dient deze vordering in bij de bevoegde rechtbank. Verder beoordeelt de CVv.i. of er grond is om de verlenging van de proeftijd te vorderen.
De beslissing over het uitstellen, achterwege laten, herroepen of verlengen van de v.i. is aan de rechter. De rechter kan in zijn beslissing op de vordering tot uitstel, achterwege laten en herroeping het OM (i.c. de CVv.i.) adviseren over mogelijk te stellen bijzondere voorwaarden.
Indien een v.i.-gestelde de algemene voorwaarde overtreedt dient het lokale OM een vordering tot herroeping van de v.i. in. Deze vordering loopt mee met de behandeling van de nieuwe strafzaak, ook in hoger beroep.
De CVv.i. kan verder adviseren over een gratieverzoek ten aanzien van een straf waarover v.i. verleend is en/of een vordering tot uitstel of achterwege laten of herroeping is ingediend.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De CVv.i. ontvangt adviezen van DJI en de Reclassering. Het lokale OM adviseert in zaken waarin eerder een advies (als bedoeld in art. 6:1:10 Sv) is uitgebracht of waaraan voor 1 januari 2020 de executie-indicator is toegekend. Ligt er geen advies van het lokaal OM dan kan dit door of voor de CVv.i. alsnog gevraagd worden met name gelet op de belangen van slachtoffers en nabestaanden.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De CVv.i. beoordeelt op basis van het dossier en de adviezen of een veroordeelde voor v.i. in aanmerking komt. Is dit volgens haar niet het geval, dan dient het lokale OM een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in.
De vordering moet onverwijld en uiterlijk dertig dagen voor de v.i.-datum worden ingediend bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de straf die ten uitvoer wordt gelegd, is opgelegd. Wanneer de rechter beslist tot achterwege laten van de v.i. wordt de opgelegde straf volledig ten uitvoer gelegd.
In de beslissing op de vordering tot uitstel noemt de rechtbank een termijn waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Wordt de vordering geheel of gedeeltelijk afgewezen dan bepaalt de rechtbank het tijdstip waarop de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld. Hoewel art. 6:6:9 Sv (oud) vereist dat bij (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering een tijdstip van invrijheidstelling wordt aangegeven, wordt volgens bestendige jurisprudentie door de rechtbank een termijn bepaald waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Dan kunnen eventueel openstaande vrijheidsstraffen die niet onder de v.i. vallen aansluitend ten uitvoer worden gelegd. Na toekenning van uitstel van de v.i. is sprake van een nieuwe (voorlopige) v.i.-datum. Dertig dagen voor de nieuwe v.i.-datum kan wederom een vordering uitstel of achterwege laten worden ingediend.
De gronden voor uitstel of achterwege laten van v.i. zijn wettelijk bepaald (art. 6:2:12 Sv oud). Hangende de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. wordt de veroordeelde niet in vrijheid gesteld.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Een vordering is mogelijk bij ernstige misdragingen tijdens de tenuitvoerlegging van de straf. Het betreft gedrag dat meermalen heeft geleid tot het opleggen van een disciplinaire straf dan wel ernstige bezwaren of een veroordeling ter zake van een misdrijf. Het is niet vereist dat deze veroordeling onherroepelijk is. In de jurisprudentie is verder aanvaard dat de voorlopige hechtenis niet daadwerkelijk hoeft te zijn bevolen: het volstaat dat uit het dossier voldoende duidelijk blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren. In zo’n geval moet de vordering onverwijld na het constateren van het feit worden ingediend. Bij een gecompliceerde verdenking kan het OM wachten met het indienen van de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. tot de betrokkene is veroordeeld.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Een (poging tot) onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf doet zich voor wanneer de veroordeelde feitelijk in het gebouw van de inrichting of het op het tot de inrichting behorende terrein verbleef en (al dan niet met geweld) is gevlucht of heeft geprobeerd te vluchten. Daarnaast spreken we van een onttrekking aan de tenuitvoerlegging van de straf als de veroordeelde zich met toestemming tijdelijk buiten (het terrein van) de inrichting bevindt, en niet (tijdig) terugkeert in de inrichting. Dit kan het geval zijn tijdens verlof of een strafonderbreking.
Als sprake is van een onttrekking met (dreiging met) geweld dient het OM altijd een vordering strekkende tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in.Ook als de onttrekking niet is voltooid. Dit geldt eveneens wanneer een veroordeelde zich onttrekt uit een situatie waarin hij met toestemming buiten de inrichting verblijft en daarbij wordt begeleid of bewaakt of onder direct toezicht staat. Een onttrekking aan incidenteel verlof onder bewaking is een voorbeeld van een dergelijke situatie.
Gaat de (poging tot) onttrekking niet gepaard met (dreiging met) geweld of keert de veroordeelde die zich met toestemming buiten de inrichting bevindt niet of niet tijdig terug, dan wordt in de volgende gevallen een vordering ingediend:
de veroordeelde keert niet binnen 24 uur terug in de inrichting en de te late terugkeer is aan veroordeelde te verwijten;
de veroordeelde keert binnen 24 uur terug in de inrichting, maar niet vrijwillig (bijvoorbeeld na aanhouding);
de veroordeelde keert wel binnen 24 uur terug in de inrichting, maar er is sprake van omstandigheden die uitstel of achterwege laten van de v.i. vorderen rechtvaardigen, bijvoorbeeld bij het plegen van een nieuw strafbaar feit of het benaderen van een slachtoffer tijdens de onttrekking.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Is de veroordeelde bij voorbaat niet bereid de algemene voorwaarde of bijzondere voorwaarden na te leven dan kan dit grond zijn voor het uitstellen of achterwege laten van de v.i. Dat geldt ook indien de veroordeelde niet meewerkt aan een diagnose of het opmaken van rapportage en het recidiverisico voor misdrijven anderszins niet kan worden vastgesteld. Ook als de veroordeelde wel bereid is de voorwaarden na te leven, kan het nodig zijn een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in te dienen omdat het recidiverisico onvoldoende ingeperkt kan worden. Dat is bijvoorbeeld mogelijk aan de orde als er (nog) geen passende behandeling voorhanden is.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De v.i. geschiedt altijd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde34Vanaf het moment van v.i. wordt de veroordeelde (ook) ‘v.i.-gestelde’ genoemd. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast kunnen aan de v.i. bijzondere voorwaarden worden verbonden om mogelijke risico’s te beperken en te beheersen.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Bijzondere voorwaarden worden enkel aan de v.i. verbonden indien zij naar het oordeel van de CVv.i. noodzakelijk en proportioneel zijn. Daarnaast moeten zij aansluiten bij het doel van de invrijheidstelling.35Bij het stellen van voorwaarden wordt rekening gehouden met de Aanwijzing kader voor toepassing van voorwaarden, gedragsaanwijzingen en maatregelen en het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.
De CVv.i. beslist op basis van het dossier en de adviezen36Adviezen zijn afkomstig van DJI, de reclassering, het lokale OM en/of de rechter. of naast de algemene voorwaarde als algemeen vertrekpunt, bepaalde bijzondere voorwaarden zijn aangewezen. DJI en de reclassering besteden in hun adviezen onder andere aandacht aan het verloop van de detentie (inclusief gedrag tijdens penitentiair programma of verloven). Die detentie kan ook betrekking hebben op andere straffen dan de straf die centraal staat bij de v.i.-verlening. Eerdere interventies, zoals bij de schorsing van de voorlopige hechtenis of in het kader van andere (deels) voorwaardelijke straffen opgelegde bijzondere voorwaarden, kunnen eveneens een rol spelen.37Waar mogelijk wordt rekening gehouden met lopende of nog ten uitvoer te leggen maatregelen ter bescherming van slachtoffers in andere strafzaken waarin betrokkene verdachte is of veroordeeld is.
Er wordt gestreefd naar een logische samenhang tussen de v.i. en de eerder toegekende (externe) vrijheden. Er wordt immers niet pas tijdens de v.i. begonnen met het werken aan zowel gedragsverandering als re-integratie. Daaraan wordt voor een belangrijk deel reeds vormgegeven in de detentiefase. Veroordeelden kunnen al vanuit detentie en in het kader van toegekend re-integratieverlof gericht en stapsgewijs werken aan hun terugkeer.38De directeur van de penitentiaire inrichting en selectiefunctionaris beslissen over de toekenning van verloven en vrijheden. Met de v.i. kan daarop worden voortgebouwd. Succesvol ingezette trajecten worden waar mogelijk voortgezet.
De CVv.i. kan later beslissen de bijzondere voorwaarden aan te vullen, te wijzigen of op te heffen – bijvoorbeeld na een overtreding van de voorwaarden (zie hoofdstuk 7). Dit kan ook als handhaving van de opgelegde bijzondere voorwaarde(n) geen doel meer dient, bijvoorbeeld wanneer de v.i.-gestelde de therapie die hij in het kader van een bijzondere voorwaarde moest volgen, met goed gevolg heeft afgerond.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De wet bepaalt welke bijzondere voorwaarden gesteld kunnen worden (zie art. 6:2:11, derde lid, Sv-oud). Het is tevens mogelijk aan een bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht te verbinden (art. 6:2:11, vierde lid Sv). Het OM maakt de afweging of vrijheidsbeperkende voorwaarden met een elektronisch controlemiddel worden gecombineerd. Een dergelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer dient noodzakelijk en proportioneel te zijn.39Zie de Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden en de Aanwijzing kader voor toepassing van voorwaarden, gedragsaanwijzingen en maatregelen.
De restcategorie ‘overige voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende’ (art. 6:2:11, derde lid onder j, Sv-oud) is in de wet opgenomen om maatwerk te kunnen leveren ten aanzien van de invulling van de bijzondere voorwaarden. Deze gedragsvoorwaarden dienen te strekken tot bevordering van een veilige en verantwoorde terugkeer van veroordeelde in de samenleving, dan wel tot voorkoming van recidive. Dit betekent in concreto dat bij de v.i. als ‘restcategorie’ in de regel de navolgende bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd:
volgen van een opleiding;
meewerken aan hulpverlening door een aanbieder uit het lokale zorgveld (zoals schuldhulpverlening, maatschappelijk werk etc.)40Het zal hierbij doorgaans gaan om voortzetting van tijdens de detentie ingezette trajecten.;
geen andere huisvesting zonder toestemming;
meewerken aan het verkrijgen/behouden van aanvaardbare huisvesting;
meewerken aan middelencontrole;
verbod kansspelen;
vermijden contact met minderjarigen;
vermijden kinderporno;
verbod bepaalde werkzaamheden (anders dan vrijwilligerswerk);
meewerken aan het verkrijgen/behouden van dagbesteding;
houdverbod dieren;
inzicht geven in financiën.
Wanneer er bijzondere voorwaarden worden verbonden aan de v.i. dan gelden van rechtswege altijd de voorwaarden dat veroordeelde – kort samengevat – meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht.41Daaronder begrepen medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Art. 6:2:11, tweede lid, Sv.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De v.i.-regeling is ook van toepassing bij een v.i.-waardige vrijheidsstraf in combinatie met een tbs-maatregel. Bij een tbs met verpleging van overheidswege (vrijheidsbeneming) wordt de v.i.-proeftijd van rechtswege opgeschort. De v.i.-proeftijd herleeft op het moment dat de rechter de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigt (vrijheidsbeperking). Omdat de rechter in veel gevallen voorwaarden zal verbinden aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, worden in het kader van de v.i. in beginsel geen bijzondere voorwaarde(n) gesteld. Wel is altijd de bij wet gestelde algemene voorwaarde van toepassing.
Ook ziet de CVv.i. in beginsel af van het stellen van bijzondere voorwaarden wanneer iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf en een tbs met voorwaarden. De rechter heeft dan immers al voorwaarden aan de tbs verbonden. Wel geldt de algemene voorwaarde. In sommige uitzonderingsgevallen kan het toch nodig zijn daarnaast bijzondere voorwaarden aan de v.i. te verbinden, bijvoorbeeld wanneer het noodzakelijk is ter bescherming van de slachtoffers.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De proeftijd is doorgaans gelijk aan de periode waarover v.i. is verleend. Indien die periode korter is dan een jaar, bedraagt de proeftijd één jaar (art. 6:1:18, tweede lid, Sv). De proeftijd eindigt van rechtswege na het verstrijken van die proeftijd. De proeftijd van (een) bijzondere voorwaarde(n) kan op een eerder tijdstip eindigen, als de CVv.i. het niet langer noodzakelijk vindt deze te handhaven. Het is daarnaast mogelijk om de proeftijd te verlengen.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De v.i.-proeftijd kan eenmaal met maximaal twee jaar worden verlengd. Voor bepaalde zeden- en zware geweldsdelicten kan de proeftijd telkens met maximaal twee jaar worden verlengd (art. 6:1:18 lid 2 Sv jo. art. 38z Sr). De CVv.i. neemt op basis van een advies van de reclassering de beslissing tot het vorderen van verlenging van de proeftijd. De rechter kan op deze vordering beslissen de proeftijd te verlengen. Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Het verlengen van de proeftijd dient proportioneel en noodzakelijk te zijn. Verlenging kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval een ambulante of klinische behandeling nog niet is afgerond en de afronding noodzakelijk is om het recidiverisico in te perken. Ook kan het gedrag van de veroordeelde aanleiding geven tot het indienen van een vordering tot verlenging van de proeftijd.
Het tegelijkertijd indienen van een vordering verlenging en een vordering tot gedeeltelijke herroeping van de v.i. is mogelijk. Dat kan zinvol zijn in gevallen waarin aan het einde een voorwaarde is overtreden.
De vordering tot verlenging van de proeftijd dient door het lokale OM te worden ingediend bij de rechtbank. Bij toewijzing van een verlengingsvordering beoordeelt de CVv.i. of de bijzondere voorwaarde(n) die aan de v.i. zijn verbonden gewijzigd moeten worden.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De aanvang van de v.i. kan ook andere proeftijden doen herleven. De v.i.-proeftijd loopt dan gelijktijdig met die andere proeftijden en de v.i.-gestelde moet zich vanaf dat moment dus houden aan alle voorwaarden die dan (weer) gelden. Deze samenloop van proeftijden betekent dat het lokale OM en de CVv.i. bij overtreding van een bepaalde voorwaarde moeten bezien bij welke proeftijd die voorwaarde hoort, en welk gevolg aan de overtreding kan worden verbonden. Bepaald moet worden of een vordering herroeping van de v.i., een vordering tenuitvoerlegging voor de (deels) voorwaardelijke straf of beiden de meest passende reactie is.
Voor samenloop met een v.i. voor straffen uitgesproken vanaf (op of na) 1 juli 2021, zie deel III.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Het OM is belast met het toezicht op de naleving van voorwaarden die bij een v.i. worden gesteld. Deze verantwoordelijkheid hangt nauw samen met het nemen van vervolgbeslissingen bij het overtreden van die voorwaarden. De minister heeft de algehele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het toezicht alsmede het beleid over toezicht. Het CJIB/AICE verstrekt namens de minister lasten aan de reclassering, bewaakt de voortgang en zendt het verzoek tot het nemen van een vervolgbeslissing aan het OM. De reclassering geeft zelfstandig uitvoering aan de lasten en beoordeelt aan de hand van de geldende kaders of er redenen zijn om het OM te adviseren een vervolgbeslissing te nemen.42Zie par. 5 van de Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Bij overtreding van een aan de v.i. verbonden voorwaarde kan een vordering tot herroeping aan de orde zijn. Aan het OM is hierbij enige beoordelingsruimte gelaten. Er kan worden afgezien van een vordering tot herroeping van de v.i. als naar het oordeel van het OM met een wijziging van voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan. Bij deze afweging spelen beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol. Een vordering tot herroeping kan worden ingediend naar aanleiding van een overtreding van de algemene en/of de bijzondere voorwaarden (zie procedures in par. 7.2.1. en 7.2.2.).
In zijn rapportage geeft de reclassering aan of herroeping voor een bepaalde periode (gedeeltelijke herroeping) of geheel wordt geadviseerd. Het antwoord op de vraag of gehele dan wel gedeeltelijke herroeping van de v.i. moet worden gevorderd, hangt af van:
de aard van het strafbare feit (bij overtreding van de algemene voorwaarde);
de feitelijke overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n);
de mate van recidive;
de lengte van het resterende gedeelte van de v.i.;
de gevolgen die een (gehele dan wel gedeeltelijke) herroeping van v.i. heeft voor eventueel geldende bijzondere voorwaarden.
In het geval van een (verdenking van) een misdrijf tijdens de v.i.-proeftijd, wordt altijd een vordering tot herroeping ingediend. Ook een (verdenking van) een (strafrechtelijke) overtreding tijdens de v.i.-proeftijd kan aanleiding vormen voor het indienen van een dergelijke vordering
Als de rechtbank de herroepingsvordering toewijst, bepaalt de rechtbank welk gedeelte van de vrijheidsstraf waarvoor v.i. was verleend alsnog ten uitvoer gelegd moet worden. Bij een gedeeltelijke herroeping betekent dit dat er na herroeping een nieuwe (voorlopige) v.i.-datum ontstaat. De rechtbank kan bij het beslissen op de herroepingsvordering het OM adviseren over de aan de (nieuwe) v.i. te verbinden bijzondere voorwaarde(n).
Bij afwijzing van een herroepingsvordering beoordeelt de CVv.i. of de bijzondere voorwaarde(n) en/of de bijbehorende proeftijd(en) die aan de v.i. zijn verbonden gewijzigd moeten worden
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Bij overtreding van de algemene voorwaarde wordt de vordering tot herroeping gelijktijdig behandeld met het strafbare feit waarop de herroepingsvordering is gebaseerd. Indien tegen de beslissing van de rechtbank van het nieuwe strafbare feit hoger beroep wordt ingesteld, loopt de vordering tot herroeping van de v.i. mee in de behandeling van het hoger beroep.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Als de CVv.i. besluit dat een vordering tot gehele dan wel gedeeltelijke herroeping van de v.i. moet worden ingediend, zal de CVv.i. het lokale OM verzoeken onverwijld een vordering dienaangaande in te dienen. De behandeling vindt in beginsel plaats bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de v.i.-waardige straf is opgelegd. Een herroepingsvordering die wordt ingediend naar aanleiding van een overtreding van (een) bijzondere voorwaarde(n) moet zelfstandig op een zitting van de rechtbank worden geappointeerd. Wordt de vordering tot herroeping toegewezen dan kan de CVv.i. met inachtneming van het OM-beleid over advisering (aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging) tijdens de detentie adviseren over vrijheden en detentiefasering.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Als er ernstige redenen zijn voor het vermoeden dat de v.i.-gestelde zich zodanig heeft gedragen dat de v.i. zal worden herroepen, kan het OM de aanhouding bevelen. In dat geval wordt onverwijld na de aanhouding ook een vordering tot schorsing van de v.i. ingediend bij de rechter-commissaris. Als de vordering tot schorsing van de v.i. wordt afgewezen, kan de vordering tot herroeping gehandhaafd blijven. De gronden voor herroeping kunnen immers aanwezig zijn ondanks dat schorsing van de v.i. door de rechter-commissaris niet proportioneel wordt geacht. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat geen rechtsmiddel open.
In geval van overtreding van de algemene voorwaarde is het mogelijk dat de v.i. gestelde al is aangehouden op verdenking van het nieuwe strafbare feit. Het OM bekijkt dan of voor het vorderen van de voorlopige hechtenis of voor het vorderen van de schorsing van de v.i. moet worden gekozen. In de praktijk worden meestal allebei de vorderingen ingediend. Daartoe zal een afweging gemaakt worden op grond van het gedrag van de v.i.-gestelde, de haalbaarheid van de herroepingsvordering en de bijzondere omstandigheden van het geval die vrijheidsbeneming van de v.i.-gestelde noodzakelijk kunnen maken.
Wordt een vordering tot inbewaringstelling afgewezen en is er niet gelijktijdig een vordering tot schorsing van de v.i. ingediend, dan kan alsnog een vordering tot schorsing van de v.i. worden ingediend. Bijvoorbeeld indien de vordering is afgewezen wegens het ontbreken van gronden, terwijl er wel ernstige bezwaren aanwezig zijn. Dan zijn er namelijk ernstige redenen voor het vermoeden dat de v.i. zal worden herroepen. Is een vordering tot inbewaringstelling afgewezen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren, dan ligt dit anders. De rechter-commissaris heeft dan geoordeeld dat er onvoldoende ‘ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde zich zodanig heeft gedragen dat diens v.i. zal worden herroepen’.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
De v.i.-proeftijd wordt opgeschort door vrijheidsbeneming (art. 6:1:18, derde lid Sv). In zo’n geval wordt de v.i. pas geëffectueerd en gaat de v.i.-proeftijd pas lopen nadat de vrijheidsbeneming volledig is ondergaan. Bij overtreding van de algemene voorwaarde tijdens deze detentie is herroeping van de v.i. mogelijk, ook al liep de v.i.-proeftijd (nog) niet ten tijde van de overtreding van de voorwaarde.43ECLI:NL:RBOBR:2017:350 en ECLI:NL:RBOBR:2014:8064. Hetzelfde geldt eveneens wanneer het gaat om overtreding van een bijzondere voorwaarde die tevens in het kader van de v.i. is gesteld.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Tegen de beslissing tot herroepen van de v.i. heeft van 1 januari 2020 tot 25 juli 2020 hoger beroep opengestaan voor de veroordeelde en het OM (art. 6:6:22 lid 1 Sv oud). Met de inwerkingtreding van de Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is hoger beroep beperkt tot herroepingen v.i. voor zover deze deel uitmaken van een uitspraak ter zake van een ander strafbaar feit (art. 6:6:22, eerste lid onder b, Sv).
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.
Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.