Bij het bepalen van de gelijke hoedanigheid van onroerende zaken blijven de volgende kenmerken buiten beschouwing:
het feitelijke gebruik;
de verkavelingssituatie;
de ontsluitingssituatie;
de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
de mate van egaliteit van het maaiveld;
de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
overige fysieke kenmerken die het feitelijke gebruik beïnvloeden; en
andere dan agrarische kenmerken.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.4
Artikel 3.40
(bepalen gelijke hoedanigheid: buiten beschouwing te laten kenmerken)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024