**1.** Van onroerende zaken met een gelijke hoedanigheid worden de gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden bepaald aan de hand van de bodemgeschiktheid.
**2.** De bodemgeschiktheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken:
de ontwateringstoestand;
de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewassen;
de stevigheid van de bovengrond;
de verkruimelbaarheid van de bodem;
de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau;
de stuifgevoeligheid van de bodem; en
de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevindt.
**3.** Voor elke gebruiksmogelijkheid wordt bepaald welke kenmerken doorslaggevend zijn.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.4
Artikel 3.41
(kenmerken gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024