Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1

Artikel 2.3

Aanvraag vrijstelling van de inburgeringsplicht

Onderdeel van Regeling inburgering 2021· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022

1. De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, d en e, van de wet, in bij de Minister. 2. De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking. 3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel