**1.** De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, d en e, van de wet, in bij de Minister.
**2.** De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking.
**3.** Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021
in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1
Artikel 2.3
Aanvraag vrijstelling van de inburgeringsplicht
Onderdeel van Regeling inburgering 2021· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022