**1.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 263.072,99 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;
USD 526.145,98 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;
USD 789.218,97 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.
**2.** De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
een bedrag van USD 8.948,66:
wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en
wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;
een bedrag van USD 10.528,09:
wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en
wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.
**3.** De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 10.528,09 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en
USD 6.316,85 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.
**4.** De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 40 procent.
**5.** De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 36 procent.
**6.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;
USD 193.974,05 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;
USD 452.606,13 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;
USD 711.238,21 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;
USD 969.870,28 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;
USD 1.228.502,37 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.
Artikel V van Stcrt. 2026/20028 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
**1.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 273.465,78 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;
USD 546.931,56 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;
USD 820.397,34 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.
**2.** De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
een bedrag van USD 9.302,18:
wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en
wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;
een bedrag van USD 10.944,01:
wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en
wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.
**3.** De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 10.944,01 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en
USD 6.566,41 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.
**6.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;
USD 201.637,06 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;
USD 470.486,50 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;
USD 739.335,93 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;
USD 1.008.185,35 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;
USD 1.277.034,79 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.
§ 2
Artikel 8
Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2026
Onderdeel van Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026