Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bekostiging

Onderdeel van Subsidiekader 2022 Vrijwilligerswerk bij de Sanctietoepassing (VBS)· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2021

In dit subsidiekader worden twee soorten bekostigingsgrondslagen gehanteerd: Bekostigingsgrondslag zonder de voorwaarde van cofinanciering Bekostigingsgrondslag met de voorwaarde van cofinanciering Voor beide grondslagen geldt dat subsidiëring plaatsvindt op basis van het aantal vrijwilligers dat op 1 januari 2022 daadwerkelijk actief aan de vrijwilligersorganisatie is verbonden en dat de onder paragraaf 2 vermelde vrijwilligersactiviteiten verricht. Per vrijwilligersactiviteit kan op basis van één grondslag een subsidie worden aangevraagd en toegekend. De bekostigingsgrondslag met de voorwaarde van cofinanciering betreft aantoonbare inkomsten van andere financiers dan de Dienst Justitiële Inrichtingen. Bij de bekostiging wordt een onderscheid gemaakt tussen persoonsgebonden kosten en organisatiegebonden kosten. Als tegemoetkoming in persoonsgebonden kosten komen voor subsidiëring in aanmerking: kosten voor het reizen van en naar de plek waar de vrijwilliger werkzaamheden verricht (1). kosten voor werving, deskundigheidsbevordering en binding (jaarlijkse attentie) van de vrijwilligers (2); Als tegemoetkoming in organisatiegebonden kosten komen voor subsidiëring in aanmerking: administratiekosten (3); coördinatiekosten voor vrijwilligersorganisaties waaraan ten minste 15 vrijwilligers zijn verbonden (4); aantoonbare huisvestingskosten, voor zover deze voor het werk van de vrijwilligers noodzakelijkerwijs door de vrijwilligersorganisaties moeten worden gemaakt (5). Vooraf wordt opgemerkt dat de in deze paragraaf vermelde subsidiebedragen aangemerkt zijn als een subsidieplafond in de zin van artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor een aantal aangewezen vrijwilligersorganisaties met vrijwilligers die aan alle bovengestelde subsidievoorwaarden voldoen, wordt een forfaitaire subsidie toegekend tot een gezamenlijk maximaal bedrag van € 2.000.0007Het betreft hier de drie vrijwilligersorganisaties Exodus, Humanitas (Gezin in Balans) en Gevangenenzorg Nederland en de koepel vrijwilligersorganisatie Bonjo. Voor deze organisaties geldt de volgende verdeling op basis van het totaalbedrag van € 2,0 miljoen: – een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 500.000 per jaar (Gevangenenzorg Nederland en Gezin in Balans) – een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 850.000 per jaar voor Exodus – voor Bonjo een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 150.000 per jaar.. Voor de overige vrijwilligersorganisaties die subsidie aanvragen en niet ook uit andere fondsen of bronnen inkomsten ontvangen is een subsidiebudget van € 1.100.000 beschikbaar dat over deze organisaties wordt verdeeld. De verdeelsleutel wordt jaarlijks vastgesteld door dit bedrag te delen door het totaal aantal vrijwilligers van deze organisaties. Aan de hand van de te subsidiëren kostensoorten 1 tot en met 5 wordt – afhankelijk van de aanvraag – de deelfactor bepaald. Deze deelfactor wordt dan vermenigvuldigd met de verdeelsleutel en het aantal vrijwilligers dat per 1 januari 2022 per vrijwilligersorganisatie daadwerkelijk ingezet wordt. Hierdoor wordt voorkomen dat het totaalbedrag van de aanvragen de beschikbare budgettaire ruimte voor het vrijwilligerswerk overschrijdt. Vrijwilligersorganisaties die subsidie aanvragen en ook uit andere fondsen of bronnen inkomsten ontvangen, kunnen gezamenlijk aanspraak maken op een geoormerkt budget van € 1.000.000. In de aanvraag voor subsidie met de voorwaarde van cofinanciering geeft de aanvrager inzicht in de totale kosten van de vrijwilligersactiviteiten, gesplitst naar kostensoorten, waarbij de aanvrager ermee rekening moet houden dat 25% van deze kosten uit cofinanciering worden gefinancierd. Cofinanciering kan bijvoorbeeld uit eigen inkomsten dan wel uit schenkingen of giften van derden bestaan. Een voorbeeld ter verduidelijking: een vrijwilligersorganisatie verzoekt om subsidie. In de aanvraag worden de kostenposten (zie onder 4.2.) 1, 2 en 4 vermeld. Samen bedragen deze kostenposten een bedrag van € 10.000. 25% van dit bedrag, te weten € 2.500, dient door middel van cofinanciering te worden opgebracht. De aangevraagde subsidie bedraagt daarmee € 7.500. Ontvangt een vrijwilligersorganisatie meer dan 25% aan cofinanciering voor een bepaalde activiteit, dan wordt de toekenning van de subsidie niet verlaagd met het hogere bedrag dan de 25% die als cofinanciering is ontvangen. De berekening van de verdeling van de subsidie vindt plaats met behulp van de verdeelsleutel. Om deze verdeelsleutel te bepalen wordt het totale subsidiebudget gedeeld door het aantal op 1 januari 2022 actieve vrijwilligers van alle aanvragende vrijwilligersorganisaties, dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de deelfactor. Zo wordt het subsidieplafond van € 1.000.000 als volgt verdeeld over de vrijwilligersorganisaties die een aanvraag indienen. Het bedrag van € 1.000.000 wordt gedeeld door het totaal aantal vrijwilligers van alle aanvragende vrijwilligersorganisaties met cofinanciering. Het moet hierbij gaan om de op 1 januari 2022 daadwerkelijk actieve vrijwilligers. Zo wordt het maximaal beschikbare bedrag per vrijwilliger vastgesteld. Vervolgens wordt aan de hand van de te subsidiëren kostensoorten 1 tot en met 5 – afhankelijk van de aanvraag – de deelfactor bepaald. Deze deelfactor wordt dan vermenigvuldigd met de verdeelsleutel en het aantal vrijwilligers dat op 1 januari 2022 voor de aanvragende vrijwilligersorganisatie zich daadwerkelijk inzet. Hierdoor wordt wederom voorkomen dat het subsidieplafond van € 1.000.000 wordt overschreden.

Rechtspraak bij dit artikel