Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:
de subsidiabele kosten minder dan € 150.000 bedragen;
aan artikel 3.6.8, eerste lid, onderdeel a, c of d, minder dan 6 punten zijn toegekend;
het project niet bijdraagt aan verwerking en afzet van voor menselijke consumptie geschikte visserij- of aquacultuurproducten;
de betrokken onderneming, bedoeld in artikel 3.6.2, tweede lid, onderdeel a of e, geen mkb is.
Hoofdstuk 3 › § 3.6
Artikel 3.6.7
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2025