In dit hoofdstuk worden de registratie- en declaratiebepalingen van zzp’s en extramurale parameters fz in de fz beschreven. Deze prestaties gelden voor verblijf met begeleiding (zzp-C), fz aan verstandelijk beperkten (zzp-VG) en ambulante begeleiding (extramurale parameters fz).
Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:
zzp-c 1 t/m 6, inclusief of exclusief dagbesteding
zzp-vg 1 t/m 7, inclusief of exclusief dagbesteding
extramurale parameters fz
onderlinge dienstverlening
De registratie van de prestaties en toeslagen in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.
Als sprake is van extramurale parameters fz gedurende een deel van een uur, wordt het in rekening te brengen tarief naar evenredigheid berekend. Voor zover de zorgverzekeraar en zorgaanbieders geen bestendige gedragslijn hebben over de afronding van de geleverde prestatie, wordt de zorg afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten.
De registratie van prestaties en toeslagen eindigt wanneer de patiënt niet langer verblijft in de instelling.
In uitzondering op artikel 4.1.3 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt het zzp mag blijven registreren dat ook geregistreerd wordt bij aanwezigheid. Voor registratie van afwezigheid geldt een maximum van 49 dagen per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling.
Er kunnen niet meerdere zzp’s voor één patiënt voor dezelfde datum worden geregistreerd.
De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op juistheid te controleren. De normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) maken integraal onderdeel uit van de zzp.
De zorgaanbieder declareert in geval van een zzp de prestatie met het profiel dat overeenkomt met het profiel van de patiënt zoals beschreven in de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’. De declaratie vindt plaats op patiëntniveau.
De declaratieperiode voor de prestaties is een kalendermaand. Wanneer er een verandering in de zorgvraag van de patiënt optreedt, kan een andere (hoger of lager) zzp worden gedeclareerd.
De declaratie bestaat uit het aan de patiënt geleverde aantal zzp dagen en eventuele toeslagen binnen de declaratieperiode, met inbegrip van het gestelde in 4.2.3.
Zorgaanbieders declareren de prestaties voor zover deze daadwerkelijk zijn geleverd. Voor cliënten die zijn aangewezen op VG zzp 1 t/m 7 of ggz zzp C 1t/m 6 geldt de volgende uitzondering in geval van afwezigheid. Gedurende tijdelijke afwezigheid van een cliënt declareert de zorgaanbieder tegen het afgesproken tarief dat tevens gedeclareerd wordt bij aanwezigheid in de instelling.
Als er sprake is van onderlinge dienstverlening kan de uitvoerende zorgaanbieder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de opdrachtgevende zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerende zorgaanbieder heeft aangevraagd. Er mag door de uitvoerende zorgaanbieder geen zzp en ook geen extramurale prestatie gedeclareerd worden. Het is niet toegestaan om voor onderlinge dienstverlening in het kader van een zzp, prestaties en tarieven ten aanzien van een extramurale parameter of dbbc-zorg in rekening te brengen. Dit geldt ook andersom voor de dbbc’s of extramurale parameters.
Voor meer informatie over onderlinge dienstverlening wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5
Zzp’s en extramurale parameters fz
Onderdeel van Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2021