In overgangsartikel VII, eerste en tweede lid, van de wet waarmee de AIFM-richtlijn in de Wft is geïmplementeerd (Wet van 12 juni 2013, Stb. 2013, nr. 228) is een uitzondering op de vergunningplicht opgenomen voor beleggingsinstellingen die vallen onder het grandfathering-regime.14In de zin van artikel 61, leden 3 en 4, AIFM-richtlijn. Deze uitzondering houdt in dat de Wft-vergunningplicht niet van toepassing is op beheerders die vóór 22 juli 2013 uitsluitend één of meer beleggingsinstellingen beheren die closed-end zijn, als vanaf 22 juli 2013 geen additionele beleggingen meer worden gedaan. Er wordt daarom niet voldaan aan de voor toepassing van de vrijstelling geldende voorwaarde van bijzonder overheidstoezicht.
Het betreft een bijzondere overgangsmaatregel voor kwalificerende beleggingsinstellingen in het kader van de verdere harmonisering van EU-toezichtswetgeving. Ik vind het ongewenst dat deze overgangsmaatregel nadelige btw-gevolgen heeft. Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
Ik keur goed dat het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen die vallen onder het grandfathering-regime met toepassing van de vrijstelling kan plaatsvinden.
Artikel 4
Grandfathering-regime
Onderdeel van Omzetbelasting, beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen; bijzonder overheidstoezicht· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 november 2021