Strafrechtelijk ingrijpen bij huiselijk geweld en kindermishandeling kan grote gevolgen hebben voor alle betrokkenen. Bij het uitvoeren van onderzoek naar zaken van huiselijk geweld en kindermishandeling dient daarom rekening te worden gehouden met de gezinsomstandigheden. Het kan nodig zijn opvang te regelen voor het slachtoffer of overige gezinsleden. In het geval van kindermishandeling kan het zo zijn dat beide ouders moeten worden aangehouden. Indien hiervan sprake is, dient nauw contact te worden onderhouden met andere instanties over benodigde maatregelen.
In gevallen van verdenking van stalking (belaging) door een (ex-)partner of iemand anders uit de huiselijke kring of privésfeer vraagt de officier van justitie naar het niveau van ongerustheid bij de politie.
Indien er sprake is van (mogelijk) eergerelateerd geweld is het van belang dat de officier van justitie die leiding geeft aan het onderzoek hierbij de methode van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG) als leidraad gebruikt. Eeropvattingen binnen het grotere familieverband (extended family): een geschonden (familie)eergevoel en een gevoelde noodzaak om de (familie)eer te herstellen kunnen leiden tot het dreigen met of overgaan tot gebruik van geweld. Bij eergerelateerd geweld zijn vaak meerdere daders betrokken uit dezelfde context of familie waarbij ook (enkel) intellectueel daderschap aan de orde kan zijn. Het strafrechtelijk onderzoek dient zich in zo’n geval derhalve óók op de invloed van familieleden buiten het (kern)gezinsverband te richten. Tevens kan er sprake zijn van voorbedachte rade.
Als er sprake is van eergerelateerd geweld kan strafrechtelijk ingrijpen leiden tot escalatie. Hier moet bij het strafrechtelijk optreden rekening gehouden worden. Als binnen een casus van eergerelateerd geweld sprake is van dreigen, kan snel strafrechtelijk optreden nodig zijn om te voorkomen dat de strafbare feiten waarmee gedreigd wordt daadwerkelijk zullen plaatsvinden. De medewerkers werkzaam bij het stelsel Bewaken en Beveiligen kunnen hierbij ook een belangrijke rol vervullen en gevraagd worden mee te kijken.
Huiselijk geweld-zaken kunnen ambtshalve worden opgespoord en vervolgd. Het doen van een aangifte is daarvoor niet noodzakelijk, klachtdelicten uitgezonderd. In elk geval wordt ambtshalve onderzoek overwogen in zaken waarin de geestelijke en/of lichamelijke integriteit van betrokkene en eventueel anderen in het gezin ernstig is/wordt bedreigd. Als een (vermoeden van een) strafbaar feit door de politie wordt geconstateerd en Veilig Thuis heeft aangegeven dat het een acuut onveilige situatie betreft, is het uitgangspunt dat de verdachte wordt aangehouden.
Aangifte doen is geen vrijblijvende zaak. Een eenmaal gedane aangifte kan niet worden ingetrokken en is de start van een strafrechtelijk onderzoek. Een slachtoffer kan desgewenst wel na het doen van aangifte schriftelijk laten weten wat de (eventueel veranderde) wensen zijn rondom strafvervolging.
Forensisch medisch onderzoek kan een belangrijk onderdeel zijn van het onderzoek in zaken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zichtbaar letsel kan immers bewijs opleveren voor huiselijk geweld of kindermishandeling. Voor zover mogelijk worden slachtoffers maar eenmaal onderzocht.
Een slachtoffer mag weigeren om mee te werken aan forensisch medisch onderzoek. Het is van belang dat een slachtoffer zich daarbij bewust is van de grote gevolgen die dat kan hebben voor zijn of haar zaak. Als het slachtoffer minderjarig is en zijn of haar gezagsdragers stemmen niet in met forensisch medisch onderzoek, dan weegt de officier van justitie af of en zo ja, op welke wijze alsnog forensisch medisch onderzoek gedaan moet worden en zo ja, op welke manier en in samenwerking met welke andere partners dat eventueel kan worden bewerkstelligd.
Artikel 2
Opsporingsonderzoek
Onderdeel van Aanwijzing huiselijk geweld en kindermishandeling· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2022