**1.** De NZa houdt toezicht op de naleving van de verplichting van artikel 40b, eerste lid, Wmg. Op grond van voornoemd artikel dient een zorgaanbieder jaarlijks vóór 1 juni een jaarverantwoording openbaar te maken. Ter uitvoering van haar toezichtstaak ontvangt de NZa van het CIBG een overzicht van zorgaanbieders die op 31 december 2021 beschikte over een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet toelating zorginstellingen en behoren tot de in artikel 2.1, vijfde lid van het Uitvoeringsbesluit WTZi (oud) genoemde categorieen van zorgaanbieders, alsmede Regionale ambulancevoorzieningen als bedoeld in de Wet ambulancezorgvoorzieningen, als ook een overzicht waarin is vermeld welke zorgaanbieders aan de openbaarmakingsverplichting hebben voldaan.
**2.** Kleine en grote zorgaanbieders dienen binnen de gestelde termijn zorg te dragen voor een volledige jaarverantwoording over het overgangsjaar. Deze verantwoording dient te voldoen aan de gestelde voorschriften in de Regeling verslaggeving WTZi.
**3.** Micro-zorgaanbieders dienen binnen de gestelde termijn zorg te dragen voor een vereenvoudigde jaarverantwoording over het overgangsjaar. Deze verantwoording dient te voldoen aan de gestelde voorschriften in de Regeling verslaggeving WTZi.
**4.** De NZa controleert ten aanzien van de zorgaanbieders, vermeld in het tweede en derde lid, de procedurele en materiële nakoming van de jaarverantwoording, overeenkomstig de bepalingen van de Regeling verslaggeving WTZi, zoals die regeling luidde op 31 december 2021.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4
Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken
Onderdeel van Beleidsregel Handhaving jaarverantwoording over het overgangsjaar 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022