Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Handhaving

Onderdeel van Beleidsregel Handhaving jaarverantwoording over het overgangsjaar 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022

1. Indien een zorgaanbieder artikel 40b, eerste lid, Wmg niet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Alvorens een last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder stelt de NZa in beginsel middels een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom. 2. De NZa legt een last onder dwangsom op aan een zorgaanbieder in het geval hij op het einde van de termijn die is gesteld in het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting van artikel 40b Wmg heeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien. 3. De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. 4. De verbeuringstermijn van de last onder dwangsom bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder, die gehouden is een volledige jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een last van € 1.000,– per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 10.000,–. 5. Indien de zorgaanbieder gehouden is een vereenvoudigde jaarverantwoording openbaar te maken bedraagt, in afwijking van het voorgaande lid de last € 500,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,–. 6. Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen ter aanmaning van de zorgaanbieder om te voldoen aan de verplichting van artikel 40b Wmg, stelt de NZa middels een tweede voornemen last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom. 7. Indien een zorgaanbieder na het opleggen van de last onder dwangsom bedoeld het tweede lid niet voldoet aan artikel 40b Wmg, legt de NZa een tweede last onder dwangsom op. 8. De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. 9. De verbeuringstermijn bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een last van € 2.500,– per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,–. 10. Indien de zorgaanbieder gehouden is een vereenvoudigde jaarverantwoording openbaar te maken bedraagt, in afwijking van het voorgaande lid de tweede last € 1.250,– per week, met een maximum van € 12.5000,–. 11. Alvorens over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid een zienswijze af te geven. 12. Inning en incasso van verbeurde dwangsommen geschiedt door het CJIB, namens de NZa. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel