Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Opsporing

Onderdeel van Aanwijzing mensenhandel· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2022

Signalen van mensenhandel moeten in alle gevallen worden opgepakt door de opsporingsinstanties. Dat betekent dat wordt bekeken of er voldoende relevante aanknopingspunten voor opsporing zijn. Als dat het geval is, dienen deze in overleg met de officier van justitie te worden onderzocht. Uitgangspunt is dat naar (rechts)personen die een aandeel hebben in het tewerkstellen en uitbuiten van slachtoffers van mensenhandel strafrechtelijk onderzoek wordt verricht. Afhankelijk van de plaats, vorm van en het niveau waarop mensenhandel zich voordoet (regionaal, nationaal of internationaal) kan de opsporing geschieden door de politie, de bijzondere opsporingsdiensten (zoals de directie Opsporing van de NLA) en de KMar, of door een combinatie van deze organisaties. Voor mensenhandel geldt een absoluut doorlaatverbod (art. 126ff Sv), hetgeen inhoudt dat de opsporingsdiensten bij wetenschap van mensenhandel het delict niet mogen laten voortduren. Mensenhandel kan ambtshalve worden opgespoord en vervolgd. Het doen van een aangifte is niet noodzakelijk, mensenhandel is geen klachtdelict. Voorafgaand aan een aangifte van mensenhandel dient een informatief gesprek te worden gevoerd, tenzij dit vanwege een acute situatie niet mogelijk is. In een informatief gesprek wordt de positie van het slachtoffer in een strafrechtelijk onderzoek besproken. Ook wordt uitleg aan het slachtoffer gegeven over de strafrechtelijke procedure alsmede het feit dat het informatieve gesprek de start kan zijn van ambtshalve opsporing en vervolging, ook wanneer het slachtoffer uiteindelijk besluit geen aangifte te doen. Een informatief gesprek wordt schriftelijk vastgelegd. In overleg met de officier van justitie wordt een geluidsopname gemaakt. Het verslag van het informatieve gesprek wordt niet opgenomen in het procesdossier, tenzij de officier van justitie anders beslist. Indien tijdens het informatieve gesprek bruikbare opsporingsindicaties aan de orde komen, dan dient een proces-verbaal van bevindingen te worden opgemaakt. Die gang van zaken wordt bij aanvang van het gesprek aan het slachtoffer bekend gemaakt. Het slachtoffer wordt gewezen op de mogelijkheden van hulpverlening. Mensenhandel mag niet lonen. Bij mensenhandel gaat het de daders bij uitstek om geldelijk gewin. Uitgangspunt is dat financieel onderzoek een vast onderdeel uitmaakt van het opsporingsonderzoek. Het financiële onderzoek wordt ingesteld ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer. Mensenhandel is vaak grensoverschrijdend. Uitgangspunt is daarom dat in het opsporingsonderzoek actief internationale samenwerking wordt gezocht, ook bij het financieel rechercheren. Hierbij kunnen rechtshulpverzoeken, parallel-onderzoeken of het opzetten van een internationaal gemeenschappelijk onderzoeksteam (Joint Investigation Team) worden ingezet.

Rechtspraak bij dit artikel