Waar mogelijk zal het opsporingsonderzoek moeten leiden tot vervolging. Dat geldt voor alle (rechts)personen die een aandeel hebben in het tewerkstellen en uitbuiten van slachtoffers van mensenhandel. Naast mensenhandel kunnen (ook) andere delicten ten laste worden gelegd, zoals mensensmokkel, zedendelicten, geweldsdelicten, witwassen, valsheidsdelicten en deelneming aan een criminele organisatie. Ontneming van crimineel vermogen en schadeloosstellen van het slachtoffer maken onderdeel uit van de vervolging.5Met name door het vorderen van een schadevergoedingsmaatregel, ontneming,verbeurdverklaring of een combinatie daarvan. Zie ook de Aanwijzing afpakken. Het uitgangspunt van internationale samenwerking geldt ook voor de vervolgingsfase.
Het is niet wenselijk dat een slachtoffer van mensenhandel wordt aangemerkt als verdachte indien de strafbare gedraging waarvan het slachtoffer wordt verdacht gedurende een uitbuitingssituatie is gepleegd. De bescherming die voortvloeit uit het non-prosecution- en het non-punishment-beginsel hoeft niet in de weg te staan aan een vervolging of bestraffing voor misdrijven die zij vrijwillig hebben begaan of waaraan zij vrijwillig hebben deelgenomen.6Zie overweging 14 en art. 8 van de Richtlijn 2011/36/EU, PbEU 2011, L 101/1. In de gevallen waarin het evident is dat slachtoffers gedwongen zijn tot het plegen van misdrijven kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een sepot, het vorderen van schuldigverklaring zonder oplegging van straf (art. 9a Sr), of het toepassen van strafuitsluitingsgronden en/of strafvermindering.
Artikel 3
Vervolging
Onderdeel van Aanwijzing mensenhandel· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2022