Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Hoogte subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 januari 2026

1. De subsidie bedraagt per emissieloos bouwwerktuig en emissieloze hulpfunctie ten hoogste een percentage van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwwerktuig of hulpfunctie, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen tot 300 kW en ten hoogste € 500.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen groter of gelijk aan 300 kW, waarbij dit percentage 30% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 25% voor grote ondernemingen is. 2. De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwwerktuig of hulpfunctie als volgt bepaald: in het geval van een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie met uitsluitend een batterijpakket als energiedrager, met een continu elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continu elektrisch motorvermogen in kilowatt van op het bouwwerktuig of hulpfunctie beschikbare elektromotoren, O = € 7.000; indien de hulpfunctie bedoeld in onderdeel a, energie krijgt van het batterijpakket dat dient voor aandrijving van het emissieloos voertuig waarop de hulpfunctie is aangebracht, wordt voor 'accucapaciteit in kilowattuur' nul gerekend; in het geval van overige emissieloze bouwwerktuigen en hulpfuncties, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten worden gerekend en de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van het bouwwerktuig of de hulpfunctie; in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen. 3. De subsidie bedraagt per emissieloos bouwvoertuig en bouwvoertuig met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor: bij grote ondernemingen 11,1% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 43.900; bij kleine of middelgrote onderneming 21% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 83.200. 4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2 en A2.7, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000: voor een grote onderneming € 60 per kWh opslag; voor een kleine of middelgrote onderneming € 85 per kWh opslag. 5. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor bouwmachines als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.13, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000: voor een grote onderneming 20% van de investeringskosten met een maximum van: € 1.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; € 3.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; € 6.600 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW; € 9.200 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW; € 11.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW; € 14.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW; € 33.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW. voor een kleine of middelgrote onderneming 40% van de investeringskosten met een maximum van: € 2.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; € 7.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; € 13.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW; € 18.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW; € 23.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW; € 27.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW; € 66.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW. 6. Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. 7. Indien de berekeningswijze van het subsidiebedrag tot een hoger bedrag leidt dan voorgeschreven in de artikelen 36, 36bis en 36ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, zowel ten aanzien van de in aanmerking komende kosten als het maximale percentage, wordt het subsidiebedrag overeenkomstig deze artikelen verlaagd.

Rechtspraak bij dit artikel