Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 januari 2026

1. Het subsidieplafond bedraagt: voor 2022: € 23.500.000 voor bouwwerktuigen en hulpfuncties als bedoeld in de begripsomschrijving van ‘bouwmachine’, artikel 1.1, onderdelen a en b; € 1.670.000 voor bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van ‘bouwmachine’, artikel 1.1, onderdeel c. voor 2023: € 42.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, in artikel 1.1, onderdelen a, b en c. voor 2024: € 36.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c. voor 2025: € 28.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c, met uitzondering van de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13, tenzij het subsidieplafond in het eerste lid, onderdeel d, onder 2°. bereikt is; € 20.000.000 voor bouwmachines met de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13. voor 2026: € 25.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c, met uitzondering van de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13; € 25.000.000 voor bouwmachines met de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13. 2. Indien een of beide subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, na 1 juni 2026 ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kunnen de bedragen worden aangevuld met de onaangesproken middelen van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1° of 2°, artikel 3.3, eerste lid, onderdeel e, of artikel 4.3, eerste lid, onderdeel e. 3. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, onder 1°, na 1 juni 2026 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kan het bedrag worden aangevuld met de onaangesproken middelen van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, tot ten hoogste het bedrag dat is bestemd voor verwisselbare batterijpakketten behorende bij een emissieloos bouwwerktuig als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel d. 4. Indien na 1 juni 2026 budget voor subsidieaanvragen op grond van hoofdstuk 2 deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel