Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedure

Onderdeel van Beleidsregel SARS-CoV-2 virus extra kosten Wlz 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 7 april 2022

1. Opgave extra kosten 2022 in herschikking De zorgaanbieder kan de extra gemaakte kosten die het gevolg zijn van het SARS-CoV-2 virus gezamenlijk met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder opnemen in de herschikkingsronde 2022. De NZa stelt binnen het herschikkingsformulier 2022 een afzonderlijk onderdeel beschikbaar voor extra kosten 2022 ten gevolge van SARS-CoV-2 virus. Hierbij wordt aangesloten bij de kostencategorieën. Hiermee kunnen Wlz-zorgaanbieders een aanvraag doen voor een voorlopige vergoeding inzake de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus. Het gebruik hiervan is verplicht. In artikel 4 van deze beleidsregel staan de extra gemaakte kosten die als gevolg van het SARS-CoV-2 virus voor vergoeding in aanmerking komen, vermeld. Een aanvraag om vergoeding van extra gemaakte kosten kan uitsluitend tweezijdig bij de NZa worden ingediend. De zorgaanbieder moet voor genoemde onderdelen in het formulier de kosten opgeven en specificeren conform beschreven in artikel 4 van deze beleidsregel. Het totaalbedrag van deze onderdelen zal als voorlopige mutatie SARS-CoV-2 worden verwerkt in de aanvaardbare kosten 2022 en in het sluittarief worden opgenomen. Het formulier, waarin het verzoek om vergoeding van extra kosten is vastgelegd (herschikkingsformulier) moet vóór 1 november 2022 (herschikkingsronde) bij de NZa worden ingediend. Extra kosten door zorgaanbieder gemaakt na of bij de NZa opgegeven na de uiterste indieningsdatum van 31 oktober 2022 kunnen niet meer worden meegenomen in de herschikkingsronde. Deze kosten zullen moeten worden opgegeven bij de nacalculatie-opgave 2022. 2. Nacalculatie De zorgaanbieder kan de kosten die het gevolg zijn van het SARS-CoV-2 virus gezamenlijk met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder opnemen in de nacalculatie-opgave 2022. De NZa stelt binnen het nacalculatieformulier 2022 een afzonderlijk onderdeel beschikbaar voor extra kosten SARS-CoV-2 virus 2022. Het gebruik hiervan is verplicht. In artikel 4 van deze beleidsregel staan de kosten vermeld die als extra gemaakte kosten als gevolg van het SARS-CoV-2 virus voor vergoeding in aanmerking komen. De nacalculatie-opgave kan op dit onderdeel uitsluitend tweezijdig bij de NZa worden ingediend. De NZa zal bij de nacalculatie-opgave in ieder geval de volgende informatie uitvragen: Naam en NZa-nummer van de instelling die vergoeding verzoekt voor kosten als gevolg van het SARS-CoV-2 virus; Naam contactpersoon indien er vragen zijn over de ingevulde kosten of beschrijvingen; Indien van toepassing omvang van de extra gemaakte kosten, zoals omschreven in artikel 4 van deze beleidsregel met daarbij uitsplitsing naar: Vergoeding personele kosten zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, van deze beleidsregel uitgesplitst naar: Zorgpersoneel (direct personeel); Niet-zorgpersoneel (indirect personeel). Vergoeding materiële kosten zoals omschreven in artikel 4, tweede lid, van deze beleidsregel. De NZa kan ter zake deskundigen vragen om te adviseren over de effectiviteit en efficiëntie van uitgevoerde werkzaamheden en de mate waarin dit overeenstemt met de geldende richtlijnen. De NZa kan tevens ter zake deskundigen vragen om te adviseren over de berekening/toerekening van de kosten. Het advies van deze deskundigen zal door de NZa worden gebruikt bij de beoordeling van de in de nacalculatie-opgave opgenomen werkzaamheden en kosten met betrekking tot het SARS-CoV-2 virus. De NZa zal de voor vergoeding in aanmerking bevonden (extra) gemaakte kosten opnemen in het sluittarief/vereffeningbedrag. 3. Wijze van indienen; twee- en eenzijdige aanvragen; gevolgen eenzijdige aanvragen Waar in deze beleidsregel wordt gesproken van een tweezijdige indiening van zowel een opgave van de herschikking als de nacalculatie bedoelt de NZa: zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder dienen gezamenlijk eensluidend in; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder dienen ieder afzonderlijk in en de indieningen zijn eensluidend; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming. Een anders dan tweezijdig ingediende opgave beschouwt de NZa als eenzijdig. Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen. Het gaat om een uitzonderlijke situatie, waarbij in theorie sprake is van een (gedeeltelijk) open einde bekostiging. Door tweezijdige indiening kan enige balans worden bereikt tussen wensen van partijen, nut, noodzakelijkheid, rechtmatigheid en doelmatigheid van het verzoek tot vergoeding als gevolg van het SARS-CoV-2 virus. In de brief van het Ministerie van VWS aan de NZa d.d. 16 april 2020, kenmerk 1672600-204097-Z, is de voorwaarde dat de aanvraag voor een vergoeding wordt ingediend door de zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder gezamenlijk ook benoemd. Waar de NZa tweezijdige indiening tot uitgangspunt neemt, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder niet volstaan met eenzijdige indiening. Indien een eenzijdige opgave wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de opgave mede te ondertekenen. Een eenzijdige opgave wijst de NZa af, tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel