Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Tijdsverloop

Onderdeel van Beleidsregels levensgedragtoets· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 13 april 2022

1. De raad van bestuur betrekt bij de levensgedragtoets in ieder geval de antecedenten waarvan voldoende aannemelijk is dat ze zijn begaan in de acht jaar voorafgaande aan de beslissing omtrent de vergunning. 2. Als voldoende aannemelijk is dat er binnen de in het eerste lid genoemde periode van acht jaar een antecedent is gepleegd, dan betrekt de raad van bestuur in ieder geval ook de antecedenten bij de beoordeling waarvan voldoende aannemelijk is dat ze in de acht jaar voorafgaand aan dat antecedent zijn gepleegd. 3. Als de ernst van een antecedent of het aantal antecedenten daar naar het oordeel van de raad van bestuur aanleiding voor geeft, kan de raad van bestuur ook antecedenten bij de beoordeling betrekken waarvan voldoende aannemelijk is dat ze zijn gepleegd voor de in het eerste en tweede lid genoemde periodes. 4. De tijd die is doorgebracht in detentie maakt niet dat de raad van bestuur antecedenten buiten beschouwing laat of minder zwaar meeweegt. Antecedenten die tot detentie hebben geleid, worden geacht zoveel tijd later gepleegd te zijn als tijd in detentie is doorgebracht.

Rechtspraak bij dit artikel