Bij de beoordeling van de ernst van een antecedent kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende aspecten betrekken:
de voor dat antecedent opgelegde, gevorderde, overeengekomen of voorgenomen sanctie;
de sanctie die voor soortgelijke antecedenten is opgelegd;
de aard van het antecedent;
de duur van het antecedent;
de omvang van het antecedent;
de context van het antecedent;
de gevolgen van het antecedent;
de mate van schuld en/of opzet waarmee het antecedent is begaan.
Artikel 9
Ernst van antecedenten
Onderdeel van Beleidsregels levensgedragtoets· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 13 april 2022