Ook het buitenlandse civiele recht kent vaak een regeling voor omzetting van de door het desbetreffende buitenlandse recht geregelde rechtsvormen. Het volgende voorbeeld illustreert de mogelijke samenloop van een dergelijke buitenlandsrechtelijke omzettingsregeling en de Nederlandse vennootschapsbelasting.
Een besloten vennootschap naar Belgisch recht (hierna: Belgische besloten vennootschap) heeft een vaste inrichting in Nederland Deze Belgische besloten vennootschap wordt omgezet in een naamloze vennootschap naar Belgisch recht (hierna: Belgische naamloze vennootschap), krachtens de omzettingsregeling van Boek 14 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Voor de Wet Vpb 1969 worden de gevolgen van een dergelijke omzetting niet beheerst door artikel 28a Wet Vpb 1969. Artikel 28a Wet Vpb 1969 regelt immers uitdrukkelijk alleen de fiscale gevolgen van rechtsvormomzettingen op voet van artikel 2:18 BW en heeft als zodanig dan ook geen betrekking op omzettingen welke volledig worden beheerst door buitenlands recht. Voor de bepaling van de fiscale gevolgen zal dan ook – bij gebrek aan een bijzondere regeling – van geval tot geval moeten worden beoordeeld welke rechtsgevolgen het betreffende buitenlandse recht aan de omzetting verbindt en wat daarvan – naar Nederlands fiscaal recht – de belastingconsequenties zijn
Het kan hierbij ook gaan om situaties waarin, anders dan in het voorbeeld, (i) de buitenlandse vennootschap in Nederland niet buitenlands belastingplichtig is maar binnenlands belastingplichtig of (ii) de buitenlandsrechtelijke omzetting betrekking heeft op de omzetting van een rechtsvorm van het desbetreffende buitenland in een rechtsvorm van een ander buitenland.
In het gegeven voorbeeld van de omzetting van een Belgische besloten vennootschap in een Belgische naamloze vennootschap bepaalt het Belgische omzettingsrecht dat de rechtspersoonlijkheid blijft voortbestaan.3Art. 14:2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen Gezien dit voortbestaan van de rechtspersoon en daarin besloten het ontbreken van een vermogensovergang of overdracht, is een dergelijke omzetting voor de Nederlandse vennootschapsbelasting geen belastbaar feit en als zodanig fiscaal geruisloos zonder dat daarvoor een specifieke regeling nodig is.
Hetzelfde geldt voor andere omzettingen krachtens een buitenlandsrechtelijke omzettingsregeling waarbij net als bij artikel 2:18 BW de omzetting het bestaan van de rechtspersoon niet beëindigt en vermogensovergang of overdracht ontbreekt.
Voor de volledigheid merk ik op dat dit onderdeel alleen betrekking heeft op de vennootschapsbelasting-, inkomstenbelasting- en dividendbelastinggevolgen van de omzetting. Eventuele bijkomende aspecten zoals een (eerdere) verplaatsing van de feitelijke leiding blijven hier buiten beschouwing.
Als een buitenlandse rechtsvorm deel uitmaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 Wet Vpb 1969 en wordt omgezet in een andere buitenlandse rechtsvorm krachtens een buitenlandse omzettingsregeling blijft door de omzetting de fiscale eenheid ongewijzigd als de buitenlandse omzettingsregeling net als bij artikel 2:18 BW de omzetting het bestaan van de rechtspersoon niet beëindigt en vermogensovergang of overdracht ontbreekt.
Artikel 10
Buitenlandsrechtelijke omzettingsregelingen niet onder reikwijdte artikel 28a Wet Vpb 1969
Onderdeel van Beleidsbesluit omzetting rechtspersonen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 14 april 2022