Het Nederlandse recht kent geen regeling voor de omzetting van een Nederlandse rechtsvorm in een buitenlandse rechtsvorm, enkele uitzonderingen daargelaten.4Bijvoorbeeld die geregeld in de Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen (Stb. 1994, 800) en de Rijkswet zetelverplaatsing door de overheid van rechtspersonen en instellingen (Stb. 1967, 257). Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in verschillende arresten strijdigheid met de vrijheid van vestiging aanwezig geacht bij bepaalde belemmeringen van omzetting van een vennootschap naar het recht van een lidstaat in een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat.5Zie o.a. Hof van Justitie EU, 25 oktober 2017, C-106/16 (Polbud) en Hof van Justitie EU, 12 juli 2012, nr. C-378/10 (Vale)
Voor de omzetting van een nv of bv naar Nederlands recht in een vennootschap naar het recht van een lidstaat van de EU/EER en omgekeerd is het onduidelijk wat de gevolgen zijn van deze jurisprudentie. Deze onduidelijkheid betreft ook de mogelijke samenloop met artikel 28a, Wet Vpb 1969.
Om de onduidelijkheid wat betreft artikel 28a Wet Vpb 1969 weg te nemen, volgt hieronder een goedkeuring. Tevens beschrijf ik wat de gevolgen zijn van deze goedkeuring voor het geval het lichaam deel uitmaakt van een fiscale eenheid.
Om misverstanden te voorkomen merk ik voor de volledigheid op dat gebruik van de goedkeuringen niet nodig is als de rechtspersoon op het moment van de omzetting niet (binnenlands of buitenlands) belastingplichtig is in Nederland.
Ik keur voor zover nodig goed dat een omzetting die aan de hierna gestelde voorwaarden voldoet, voor de toepassing van de inkomsten-, dividend- en vennootschapsbelasting wordt gelijkgesteld met de omzetting van een nv in een bv.
Deze goedkeuring geldt als het gaat om een omzetting van een rechtsvorm:
naar het recht van een lidstaat van de EU/EER; en
die zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging binnen de EU/EER heeft; en
die vergelijkbaar is met de Nederlandse nv of bv,
in een Nederlandse nv of bv, waarbij de omzetting plaatsvindt met behoud van rechtspersoonlijkheid. Deze goedkering is ook van toepassing in de omgekeerde situatie waarbij een Nederlandse nv of bv wordt omgezet in een hiervoor bedoelde rechtsvorm.
Door de gelijkstelling met de omzetting van een nv in een bv is de zogenoemde liquidatiefictie van artikel 28a Wet Vpb 1969 niet van toepassing en wordt de omzetting fiscaal niet beschouwd als een beëindiging van het bestaan van de belastingplichtige, noch als een wijziging van zijn vermogen. Door de gelijkstelling is een dergelijke omzetting geen belastbaar feit voor de inkomsten- dividend- en vennootschapsbelasting. Eventuele bijkomende aspecten zoals een (eerdere) verplaatsing van de feitelijke leiding blijven hier buiten beschouwing.
Voor de volledigheid wijs ik erop dat het Nederlandse recht uiterlijk met ingang van 31 januari 2023 grensoverschrijdende omzetting civielrechtelijk moet regelen overeenkomstig de Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen. Mijn hierboven geformuleerde beleid met betrekking tot de fiscale grensoverschrijdende omzetting zal opnieuw worden bekeken nadat de civielrechtelijke aanpassing aan Richtlijn (EU) 2017/1132 heeft plaatsgevonden.
Als een maatschappij die deel uitmaakt van een fiscale eenheid haar rechtsvorm omzet door een grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in onderdeel 11.1 heeft deze omzetting geen gevolgen voor de fiscale eenheid.
Artikel 11
Omzetting van een vennootschap naar het recht van een lidstaat van de EU/EER in een nv of bv naar Nederlands recht en omgekeerd.
Onderdeel van Beleidsbesluit omzetting rechtspersonen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 14 april 2022