Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Belastingplicht

Onderdeel van Assurantiebelasting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 13 mei 2022

Artikel 25, eerste lid, WBR bevat een zogenoemde attributiebepaling. Op grond van dit artikel wordt de bevoegdheid tot het aanwijzen van een assurantiebemiddelaar als belastingplichtige voor de assurantiebelasting geattribueerd aan de Staatssecretaris van Financiën. Het moet daarbij gaan om een assurantiebemiddelaar, aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in de WFT. Voor de aanwijzing van de assurantiebemiddelaar als belastingplichtige geldt het volgende. Gelet op de artikelen 10:3 en 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht mandateert de Staatssecretaris van Financiën met dit beleidsbesluit deze bevoegdheid met de mogelijkheid om ondermandaat te verlenen aan de inspecteur zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel a1 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, die verantwoordelijk is voor Grote ondernemingen (hierna: inspecteur). De inspecteur heeft mandaat tot het aanwijzen namens de Staatssecretaris van Financiën van assurantiebemiddelaars als belastingplichtigen en tot het intrekken of wijzigen van zodanige aanwijzingen. Aan de inspecteur wordt betreffende deze aangelegenheden ook volmacht en machtiging verleend als bedoeld in artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De inspecteur heeft de bevoegdheid ondermandaat te verlenen aan functionarissen werkzaam bij de Belastingdienst. Een assurantiebemiddelaar die wil worden aangewezen als belastingplichtige, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, WBR, kan een verzoek daartoe richten tot: Belastingdienst/kantoor Arnhem Assurantiebelasting Postbus 9007 6800 DJ Arnhem De Belastingdienst houdt van de door de inspecteur aangewezen assurantiebemiddelaars een lijst aan. Deze lijst is raadpleegbaar op www.belastingdienst.nl. Van co-assurantie is sprake als een verzekering bij meer dan één verzekeraar is ondergebracht. Als in dat geval de verzekering niet is gesloten door tussenkomst van een belastingplichtige assurantiebemiddelaar, is iedere verzekeraar voor zijn aandeel in de premie belastingplichtig voor de assurantiebelasting (artikel 25 WBR). Ik acht het op praktische gronden in deze situatie niet in alle gevallen wenselijk dat elke bij de co-assurantie betrokken verzekeraar voor zijn aandeel in de premie als belastingplichtige wordt aangemerkt. Ik keur daarom het volgende goed. In geval van co-assurantie zonder tussenkomst van een belastingplichtige assurantiebemiddelaar, keur ik onder voorwaarden goed dat de verzekeraar die de polis opmaakt en de volledige premie int (de zogenoemde ‘leader’) als belastingplichtige voor de gehele verzekering wordt aangemerkt, met uitsluiting van de medeverzekeraars als belastingplichtige. Voor deze goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden. De verzekering is gesloten zonder tussenkomst van een belastingplichtige assurantiebemiddelaar. De leader is gevestigd in een lidstaat van de EU of in een staat die partij is bij de EER, of de leader heeft een fiscaal vertegenwoordiger aangesteld in Nederland, als bedoeld in artikel 25, zevende lid, WBR in samenhang met artikel 9a van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. De leader of de door hem aangewezen fiscaal vertegenwoordiger voldoet het volledig verschuldigde bedrag aan assurantiebelasting. Uit de administratie van de bij de co-assurantie betrokken verzekeraars blijkt duidelijk dat het een onder deze regeling vallende verzekering betreft. Als niet aan de bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan is de goedkeuring niet van toepassing en gelden ten aanzien van de belastingplicht voor elke betrokken verzekeraar onverkort de wettelijke bepalingen. Als een verzekeraar niet in Nederland is gevestigd maar wel in een lidstaat van de EU of in een staat die partij is bij de EER, geldt voor de belastingplicht het volgende. Als belastingplichtige voor de assurantiebelasting valt aan te merken de in Nederland gevestigde aangewezen bemiddelaar, de gevolmachtigd agent als bedoeld in de WFT of de bemiddelaar dan wel vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 1:1 WFT (zie artikel 25, eerste tot en met vijfde lid, WBR). Als het bovenstaande geen toepassing kan vinden dan is belastingplichtig de verzekeraar of een door hem in Nederland aangestelde fiscaal vertegenwoordiger (artikel 25, zesde lid, WBR). In de praktijk komt het voor dat een dergelijke binnen de EU/EER gevestigde verzekeraar verzekeringen laat afsluiten door tussenkomst van een bemiddelaar in de vorm van een retailer of franchisenemer bij een in Nederland gevestigde winkelketen. Te denken valt hierbij aan verzekeringen die worden afgesloten bij de aankoop van consumentenelectronica. In de praktijk int deze bemiddelaar door middel van een eenmalige betaling de premie. Bij periodieke betalingen betaalt de klant de premie rechtstreeks aan de verzekeraar. Voor deze praktijk is het niet in alle gevallen wenselijk dat een dergelijke retailer of franchisenemer in de hoedanigheid van bemiddelaar als belastingplichtige wordt aangemerkt. In de eerste plaats omdat er op deze manier een aanzienlijk aantal belastingplichtigen ontstaat die elk slechts een relatief klein bedrag aan assurantiebelasting moeten afdragen. In de tweede plaats omdat bij periodieke betalingen rechtstreeks aan de verzekeraar, de bemiddelaar onvoldoende zicht heeft op de hoogte van de te betalen premie. Op praktische gronden keur ik daarom het volgende goed. Ingeval verzekeringen zijn afgesloten door tussenkomst van een bemiddelaar, keur ik onder voorwaarden het volgende goed. In afwijking van artikel 25, vijfde lid, WBR wordt, in plaats van de bemiddelaar, de niet in Nederland gevestigde verzekeraar als belastingplichtige voor de assurantiebelasting aangemerkt. Voor deze goedkeuring gelden de volgende vijf voorwaarden. De verzekeraar laat verzekeringen afsluiten door tussenkomst van retailers of franchisenemers bij in Nederland gevestigde winkelketens. De verzekeraar is gevestigd in een lidstaat van de EU of in een staat die partij is bij de EER. Als de verzekeraar in Nederland zou zijn gevestigd, zou hij belastingplichtig zijn op grond van artikel 25, vierde lid, WBR. De verzekeraar draagt het volledig verschuldigde bedrag aan assurantiebelasting af. Uit de administratie van de retailer of franchisenemer blijkt dat het verzekeringen betreft waarvoor met de buitenlandse verzekeraar de onder deze regeling vallende afspraak is gemaakt. Ter toelichting merk ik nog het volgende op. Als op enig tijdstip blijkt dat de buitenlandse verzekeraar het verschuldigde bedrag aan assurantiebelasting niet of niet volledig op aangifte heeft voldaan, wordt de retailer of franchisenemer vanaf dat tijdstip voor de toekomst weer (mede)belastingplichtig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel