Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Reikwijdte

Onderdeel van Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022

Deze aanwijzing is van toepassing op alle opsporingsambtenaren die bevoegd zijn om in de uitoefening van de functie (gepast) geweld te gebruiken: ambtenaren van politie (art. 7, eerste lid, Politiewet 2012); militairen van de Koninklijke Marechaussee in de uitvoering van de politietaken en militairen van andere onderdelen van de krijgsmacht die op grond van de Politiewet 2012 bijstand verlenen aan de politie (art. 7, achtste lid, Politiewet 2012); buitengewoon opsporingsambtenaren (art. 7, negende lid, Politiewet 2012); ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (artikel 6, eerste lid, Wet op de bijzondere opsporingsdiensten). Waar in het vervolg van deze aanwijzing over opsporingsambtenaren wordt gesproken, worden deze opsporingsambtenaren en militairen bedoeld. Deze aanwijzing is van toepassing op gevallen waarin een opsporingsambtenaar in de uitoefening van de functie geweld heeft toegepast, waarbij: het aanwenden van geweld de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft veroorzaakt of er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat het aanwenden van geweld zwaar lichamelijk letsel heeft veroorzaakt; of gebruik is gemaakt van een vuurwapen met enig lichamelijk letsel tot gevolg; Verder is deze aanwijzing van toepassing op andere gevallen van geweldgebruik door opsporingsambtenaren in functie, welke ter kennis van het OM zijn gekomen en naar aanleiding waarvan de officier van justitie besluit onderzoek in te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel