Artikel 10a.1 van de Wet IB 2001 bevat een overgangsvoorziening voor op 31 december 2005 bestaande overbruggingslijfrenten als bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 (tekst 2005). Deze voorziening is het lijfrente-equivalent van de overgangsregeling voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor overbruggingspensioen en prepensioen. De overbruggingslijfrente heeft als kenmerk dat deze moet eindigen – naar keuze van de gerechtigde – in het jaar waarin de gerechtigde tot de lijfrente 65 jaar wordt of in het jaar waarin hij een uitkering op grond van een pensioenregeling gaat genieten. Door het getemporiseerd opschuiven van de AOW-leeftijd bestaat ook voor deze overbruggingslijfrenten aanleiding om het mogelijk te maken dat een overbruggingslijfrente desgewenst eindigt in het jaar waarin de gerechtigde tot de overbruggingslijfrente de AOW-leeftijd bereikt. Daarom keur ik het volgende goed.
Artikel 2
Overbruggingslijfrenten
Onderdeel van Beleidsbesluit aanpassing looptijd wegens (getemporiseerde) verhoging van de AOW-leeftijd· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 28 juli 2022