Werkgevers kunnen aan hun werknemers een fiets ter beschikking stellen voor woon-werkverkeer. De fiets wordt geacht ook ter beschikking te zijn gesteld voor privégebruik. De waarde van dit privégebruik is op jaarbasis gesteld op 7% van de consumentenadviesprijs inclusief omzetbelasting, verminderd met de eventuele bijdrage door de werknemer. Er is geen tegenbewijsregeling voor gering privégebruik.
Mij is gevraagd hoe de werkgever de waarde van de fiets kan berekenen als de werknemer de fiets wil overnemen van de werkgever, bijvoorbeeld bij beëindiging van de dienstbetrekking.
Uitgaande van een (gemiddelde) levensduur van een fiets van ten minste 5 jaar stem ik in met een waardevermindering van 20% op jaarbasis. Na verloop van 5 jaar is de restwaarde dan nihil.
Een werkgever stelt op 2 januari 2020 zijn werknemer een fiets voor woon-werkverkeer ter beschikking. De catalogusprijs van de fiets is € 1.600. De waarde van het privégebruik is jaarlijks 7% van € 1.600 = € 112.
Op 1 juli 2024 neemt de werknemer ontslag en komt hij overeen de fiets van de werkgever over te nemen. De waarde van de fiets is bij ontslag op 1 juli 2024 als volgt te berekenen.
€ 1.600 – (4,5 jaar * 20% * € 1.600)= € 160.
In 2024 is de waarde van het privégebruik over de eerste 6 maanden: 7% van € 1.600 * 6/12 = € 56.
Artikel 6
Ter beschikking stellen van een fiets
Onderdeel van Loonheffingen, inkomstenbelasting, winst, vervoer; reiskostenvergoedingen, reizen per auto en openbaar vervoer· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 september 2022