Gaarne vraag ik uw aandacht en uw medewerking voor het volgende.
In Nederland komt het helaas voor dat vrouwen of kinderen slachtoffer zijn van huwelijksdwang, achterlating (in het buitenland), ontvoering of uitbuiting.1Op basis van cijfers uit een aantal andere landen is het aannemelijk dat sprake is van honderden slachtoffers van huwelijksdwang per jaar. De consequenties kunnen zeer ernstig zijn. Slachtoffers zijn vaak jong of bevinden zich in een afhankelijkheidsrelatie waar zij zich niet gemakkelijk uit kunnen losmaken. Bovendien gaat huwelijksdwang vaak gepaard met fysiek geweld of bedreiging. Dit brengt veel verdriet en leed met zich mee. Het betreft ernstige situaties die zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.2Meer informatie over (de aanpak van) huwelijksdwang en achterlating is te vinden via http://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/huwelijksdwang-en-achterlating. Daarnaast komt het voor dat met een aangifte van vertrek naar het buitenland getracht wordt om kinderen te onttrekken aan het toezicht van overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld de leerplichtambtenaar of Jeugdzorg.
Het kabinet is van oordeel dat dit krachtig moet worden bestreden. Op 6 juni 2013 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tweede Kamer een brief doen toekomen3Kamerstukken II 2012/13, 32 175, nr. 50. over de wijze waarop het kabinet de ketenaanpak voor het tegengaan van huwelijksdwang en achterlating wil versterken. Hierbij wordt onder andere ingezet op verbetering van signalering en melding. Ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de Wet basisregistratie personen (hierna: Wet BRP) kunnen hierin een actieve signalerende rol hebben. Hiertoe kan het college van burgemeester en wethouders een meldcode opstellen, vergelijkbaar met meldcodes huiselijk geweld en kindermishandeling waarvan het opstellen bij wet voor een aantal relevante sectoren verplicht is gesteld.4Wet van 14 maart 2013 tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en voor bepaalde zelfstandige professionals om te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis en het gebruik daarvan te bevorderen, onderscheidenlijk die meldcode te hanteren (verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling) (Stb. 2013, 142). Deze wet is op 1 juli 2013 inwerking getreden.
Bij de behandeling destijds van de Wet BRP in de Tweede Kamer werd een amendement aangenomen van mw. Oosenbrug,5Kamerstukken II 2012/13, 33 219, nr. 25. hetgeen regelde, dat wanneer niet alle bewoners van hetzelfde adres tegelijkertijd naar het buitenland vertrekken, degenen die wel vertrekken in persoon moeten verschijnen bij de gemeente om in persoon aangifte van vertrek te doen. Daarbij moeten minderjarige kinderen ook verschijnen. De verschijningsplicht gold dus voor alle bewoners die gingen vertrekken. Die verschijningsplicht is door wijziging van de Wet BRP vanaf 1 januari 2022 beperkt tot ingezetenen met hetzelfde woonadres die echtgenoot, geregistreerd partner, levensgezel dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad zijn van de persoon die de aangifte van vertrek doet.6Wet van 14 juli 2021 tot wijziging van de Wet BRP in verband met het bevorderen van de goede uitvoering van die wet op enkele onderdelen en het herstellen van enige omissies, alsmede van de Wet basisadministratie persoonsgegevens BES (hierna: Wet bap BES) in verband met het opnemen van gegevens over kinderen die op het moment van geboorte niet meer in leven zijn of omtrent wie een akte in een openbaar lichaam is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is, dan wel die zijn overleden zonder zelf ingeschrevene te zijn (Stb. 2021, 396), artikel I, onderdelen G en H (Kamerstukken 35 648). Als één of meer van deze personen niet mee vertrekt, moeten de vertrekkende personen dus verplicht verschijnen bij de aangifte.
In deze circulaire zal op deze problematiek en de gevolgen daarvan voor de uitvoering van de Wet BRP worden ingegaan. Daarnaast wordt in deze circulaire nog eens gewezen op de bevoegdheid die de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft om zich een medische verklaring omtrent de geboorte te doen overleggen als hij twijfelt over de juistheid van de geboorteaangifte.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2022