Uitgangspunt is dat de BRP-ambtenaar in het kader van de uitvoering van de Wet BRP geen uitvraag mag doen naar redenen van vertrek naar het buitenland. Het is zijn taak de feitelijke situatie te registreren. Niettemin kan het gebeuren dat bij de betrokken ambtenaar, mede naar aanleiding van de verschijning in persoon van degene die vertrekt, het vermoeden rijst of wordt bevestigd dat er sprake is van huwelijksdwang en (toekomstige) achterlating, kinderontvoering, dan wel van uitschrijving teneinde onder overheidsbemoeienis uit te komen. Om die reden is de hiervoor genoemde persoonlijke verschijningsplicht in de Wet BRP vastgelegd.
Op basis van een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling mag de ambtenaar zijn beroepsgeheim doorbreken en zijn vermoedens betreffende huwelijksdwang, gedongen achterlating of kinderontvoering (doen) melden bij Veilig Thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling).
Het college van burgemeester en wethouders kan eventueel in het werkproces van de gemeente een protocol opnemen. Daarin zou bijvoorbeeld kunnen worden vastgelegd dat er binnen de gemeente voor dit soort aangelegenheden een centrale contactpersoon wordt aangewezen, die ook bevoegd is de melding aan Veilig Thuis te doen en regie voert op (het inrichten van het proces ten aanzien van) het voorkomen van huwelijksdwang, achterlating, en kinderontvoering. Meer informatie over de meldcode en specifieke informatie voor gemeenten kunt u vinden in de toolkit Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling onder het kopje hulpmiddelen voor gemeenten, via de Toolkit meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.7https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/documenten/publicaties/2018/07/01/toolkit-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling. Meer informatie over Veilig Thuis kunt u vinden op de website veiligthuis.nl.8https://veiligthuis.nl.
Meer informatie over geweld in afhankelijkheidsrelaties in het kader van huwelijksdwang en achterlating is te vinden op de website huiselijkgeweld.nl.9https://www.huiselijkgeweld.nl/vormen/eergerelateerd-geweld.
Ook in andere gevallen dan bij een aangifte van vertrek mag een BRP-ambtenaar bij vermoedens van huwelijksdwang, achterlating, kinderontvoering of uitbuiting zijn beroepsgeheim doorbreken. Een mogelijke aanleiding zou kunnen zijn als kort na het doen van aangifte van vertrek naar het buitenland van alle ingezetenen op het woonadres, wederom door één van die vertrokken personen aangifte van verblijf en adres wordt gedaan. Ook kunnen dergelijke vermoedens rijzen naar aanleiding van een adresonderzoek. Bij een adresonderzoek kan bijvoorbeeld worden gekeken of alle aan elkaar gerelateerde personen nog op het adres wonen.
De wijze waarop het adresonderzoek kan worden uitgevoerd, is beschreven in de circulaire Adresonderzoek BRP en is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens.10https://www.rvig.nl/documenten/circulaires/2018/09/25/circulaire-adresonderzoek-brp-1-november-2018.
Artikel 2
Handelwijze van de BRP-ambtenaar bij vermoedens van huwelijksdwang, achterlating, kinderontvoering of uitbuiting
Onderdeel van Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2022