Indien is vastgesteld dat de betrokken personen inmiddels in het buitenland verblijven, ook al is dat buiten hun wil, zal in de BRP alsnog ambtshalve opneming van het gegeven van het vertrek van deze personen uit Nederland moeten plaatsvinden. De betrokken personen verblijven immers feitelijk niet meer in Nederland. Op basis van een eventuele melding als bedoeld in paragraaf 2 is het vervolgens aan de verschillende overheidsdiensten zoals Jeugdzorg en de leerplichtambtenaar om te beslissen of zij aan het feitelijke verblijf van deze personen buiten Nederland gevolgen verbinden in het kader van de uitvoering van hun eigen regelgeving.
Artikel 4
Registratie in de BRP van het vertrek bij feitelijke achterlating
Onderdeel van Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2022