Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verschijningsplicht en aangifte van vertrek namens anderen

Onderdeel van Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)· Personen- en familierecht

Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2022

De aangifte kan enkel worden gedaan door: de ouder en zijn meerderjarige kind voor elkaar, indien beiden hetzelfde woonadres hebben én mits alle familieleden11Alle andere ingezetenen met hetzelfde woonadres die echtgenoot, geregistreerde partner, levensgezel dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad zijn. op het adres vertrekken; echtgenoten dan wel geregistreerde partners voor elkaar, indien beiden hetzelfde woonadres hebben én mits alle familieleden op het adres vertrekken; het hoofd van een instelling voor gezondheidszorg voor een in die instelling verblijvende persoon die wegens de toestand van zijn gezondheid niet in staat kan worden geacht aan zijn verplichtingen te voldoen, dan wel de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel of de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad van een zodanig persoon, onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van het hoofd van de desbetreffende instelling. - In beginsel is het (nog steeds) zo dat ingezetenen niet persoonlijk hoeven te verschijnen en ook is digitale aangifte mogelijk. Echter, artikel 2.43, derde lid, Wet BRP, bepaalt dat de vertrekkende personen moeten verschijnen als niet alle op het adres ingeschreven personen (die echtgenoot, geregistreerd partner, levensgezel dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad zijn van de aangever) mede vertrekken. Deze persoonlijke verschijningsplicht geldt alleen voor degenen die vertrekken en geldt ook voor minderjarigen. Een uitzondering geldt voor degene die ziek is of in detentie verkeert (artikel 30, eerste lid, Besluit BRP). Gaan alle aldus aan elkaar gerelateerde personen vertrekken, dan hoeft niemand in persoon te verschijnen. Indien degenen die persoonlijk moeten verschijnen zich niet melden bij het loket, is er wat betreft die personen geen sprake van een aangifte. Volledigheidshalve: dit geldt dus ook wanneer de vertrekker in kwestie zelf de schriftelijke aangifte heeft gedaan. Degenen die niet zijn verschenen, worden in dat geval opgeroepen alsnog te verschijnen. Als een ingeschrevene, al dan niet na een oproep daartoe, niet verschijnt zou dit een signaal kunnen zijn voor mogelijke ontvoering of voorgenomen dan wel plaatsgevonden hebbende achterlating van die persoon in het land van herkomst. Overigens kan het zo zijn dat, ook als iemand wel verschijnt, de gedragingen van die persoon aan het loket aanleiding kunnen geven voor een vermoeden van ontvoering of achterlating. Indien het vermoeden bestaat dat aangifte van vertrek wordt gedaan teneinde de ingeschrevenen te onttrekken aan overheidsbemoeienis kan daarvan melding worden gedaan (zie paragraaf 2). Indien een bewoner van het adres op wie de verplichting rust om in persoon te verschijnen wel een schriftelijke aangifte doet van vertrek maar zich niet meldt bij het loket, zal adresonderzoek kunnen uitwijzen dat die persoon feitelijk van het adres is vertrokken. Dit betekent niet dat het vertrek van een ingezetene die niet in persoon is verschenen pas in de BRP zou kunnen worden verwerkt, nadat deze zich alsnog persoonlijk heeft gemeld. Wordt bijvoorbeeld vastgesteld dat die persoon daadwerkelijk is vertrokken, dan zal het vertrek ambtshalve worden verwerkt in de BRP. Indien na vertrek alsnog, vanuit het buitenland, door of namens betrokkene mededeling van vertrek wordt gedaan (bv. digitaal), kan de inhoud van die mededeling bij een (lopend) onderzoek worden betrokken. Deze mededeling is echter niet te beschouwen als een (verlate) aangifte van vertrek als bedoeld in de Wet BRP, omdat de persoon in kwestie niet in persoon is verschenen. De opneming van het gegeven van vertrek geschiedt in deze gevallen dus ambtshalve. Als datum van vertrek uit Nederland wordt de dag opgenomen waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek aan de ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel