Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.16

MVV_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 oktober 2022

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MVV_C op: de indeling in MVV_C-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 12 van deze Beleidsregels; de leeftijd volgens het PKB 2021; de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; bewoners Wlz-instelling volgens Wlz-declaraties december 2020 en Wlz-declaraties december 2021; en het PKB 2018, PKB 2019 en PKB 2020. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2021 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 12 van deze Beleidsregels, in welke MVV_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2021 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2019 toe. 4. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2022. Op de verzekerden die in het PER 2022 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2020 toe. 5. Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MVV_C’ in. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV_C naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie voor verzekerden die in Nederland wonen per klasse af op de Overall Toets 2023 waarbij de gegevens een jaar geactualiseerd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel