Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

FKG_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 oktober 2022

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium FKG_C op: de indeling in FKG_C-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 2 van deze Beleidsregels; de opgave per 1 juni 2022 van declaraties farmaceutische hulp 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; de opgave per 1 juni 2022 van declaraties add-ons duur of weesgeneesmiddel 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; en de opgave per 1 juni 2021 van declaraties farmaceutische hulp 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 2 van deze Beleidsregels, in welke FKG_C-klassen een verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor. 4. Het Zorginstituut past op de verzekerden in een aantal FKG_C-klassen een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft met het PKB 2021. Het betreft de volgende FKG_C-klassen: ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’; ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’; ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’; ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’; ‘Kanker o.b.v. add-on’; ‘Maculadegeneratie o.b.v. add-on’; ‘Extreem hoge kosten cluster 1’; ‘Extreem hoge kosten cluster 2’; ‘Extreem hoge kosten cluster 3’; en ‘Extreem hoge kosten cluster 4’. 5. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2022 voor het eerst voorkomen per FKG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2022 toe. 6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG_C’ in. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG_C naar de macroverzekerdenraming. 8. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.

Rechtspraak bij dit artikel