De ondernemer die als BFV wil gaan optreden moet schriftelijk verzoeken om een vergunning bij de inspecteur (artikel 33g, derde en vierde lid, van de wet). Het verzoek moet de gegevens bevatten die zijn vermeld in artikel 24c, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit. Bij het verzoek moet de ondernemer een machtiging overleggen van de buitenlandse ondernemer die hem wil aanstellen als fiscaal vertegenwoordiger (artikel 33g, vijfde lid, van de wet). Het meezenden van deze machtiging stuit op administratieve/praktische bezwaren. Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik daarom het volgende goed.
Onder de volgende voorwaarde keur ik goed dat de machtiging van de buitenlandse ondernemer bedoeld in artikel 33g, vijfde lid, van de wet niet wordt meegezonden met het verzoek om als BFV te mogen optreden.
Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de machtiging op verzoek van de inspecteur moet kunnen worden overgelegd.
Om als BFV te mogen optreden dient de verzoeker aan de in artikel 24c, derde lid, van het uitvoeringsbesluit en artikel 31a van de uitvoeringsbeschikking gestelde voorwaarden te voldoen. Met name dient de administratie van de ondernemer een adequate controle op de handelingen van de buitenlandse ondernemer mogelijk te maken. Zo zal de administratie van de BFV onder andere moeten bevatten of zal uit zijn administratie moeten blijken:
de facturen die aan en door de buitenlandse ondernemer zijn uitgereikt;
de herkomst en de bestemming van de aan en door de buitenlandse ondernemer verrichte leveringen van goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen en
hoeveel btw de buitenlandse ondernemer is verschuldigd.
Op grond van artikel 24c, derde lid, aanhef, van het uitvoeringsbesluit kan de inspecteur aan de BFV verdergaande voorwaarden stellen dan die zijn opgenomen in de onderdelen a tot en met e van dit artikellid. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de vergunning van de BFV.
De inspecteur beslist op het verzoek om als BFV op te treden bij voor bezwaar vatbare beschikking. In de beschikking neemt de inspecteur de voorwaarden op waaronder de vergunning wordt verleend (zie artikel 24c, derde en vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit en artikel 31a van de uitvoeringsbeschikking).
De inspecteur kent aan de BFV een afzonderlijk btw-identificatienummer toe. Onder vermelding van dit nummer doet de BFV voor alle buitenlandse ondernemer(s) die hij vertegenwoordigt de btw-aangifte en eventueel de opgaaf ICP.
Als de BFV optreedt voor de intracommunautaire verwerving van de goederen als bedoeld in artikel 24c, vijfde lid, onder 4°, van het uitvoeringsbesluit, dan moet de buitenlandse ondernemer daarvoor gebruik maken van de naam en het hiervoor bedoelde btw-identificatienummer van de BFV.
Een buitenlandse ondernemer heeft de verplichting tot het indienen van een opgaaf ICP voor onder andere de intracommunautaire leveringen van goederen die op grond van post a.6, van Tabel II, van de wet onder het btw-nultarief vallen (artikel 37a, eerste lid, van de wet). Als een buitenlandse ondernemer gebruik maakt van een BFV, is een praktische regeling nodig voor het verkrijgen van de aansluiting tussen de btw-aangifte en de opgaaf ICP. Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik onder voorwaarden daarom het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat in afwijking van artikel 35a, eerste lid, onderdeel c, van de wet, het btw-identificatienummer van de BFV wordt vermeld op facturen voor intracommunautaire leveringen waarvoor het btw-nultarief geldt op grond van post a.6 van Tabel II van de wet.
Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat naast het btw-identificatienummer van de BFV ook de naam van de BFV op de factuur wordt vermeld.
Deze goedkeuring zorgt ervoor dat de buitenlandse ondernemer zich niet alleen voor de factuurverplichting in Nederland hoeft te laten registreren en dat het nummer waaronder is gefactureerd correspondeert met het nummer waaronder de opgaaf ICP is ingediend.
De BFV kan bij de invoer van goederen op de gebruikelijke wijze aangifte ten invoer doen voor de buitenlandse ondernemer. Op de aangifte ten invoer vermeldt de BFV het btw-identificatienummer dat aan hem als BFV is toegekend en waarop eventueel aan hem de artikel 23-vergunning is afgegeven (zie onderdeel 2.2). Als een artikel 23-vergunning is verleend, wordt de heffing van btw bij invoer verlegd naar de periodieke btw-aangifte van de BFV. Op deze aangifte kan de BFV de btw in aftrek brengen die aan de buitenlandse ondernemer in rekening is gebracht voor zover die btw betrekking heeft op leveringen van goederen waarvoor de BFV optreedt en voor zover deze leveringen een recht op aftrek verschaffen.
De buitenlandse ondernemer moet voor de toepassing van het btw-nultarief op grond van post a.8 van Tabel II, van de wet beschikken over een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in artikel 36c van de uitvoeringsbeschikking.
Als de buitenlandse ondernemer gebruik maakt van een BFV, mag de BFV het verzoek om een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot indienen namens de buitenlandse ondernemer. De BFV moet dit verzoek doen bij het belastingkantoor dat voor hem bevoegd is. De buitenlandse ondernemer krijgt dan geen eigen btw-identificatienummer maar maakt gebruik van het btw-identificatienummer van de BFV.
Een buitenlandse ondernemer kan maar één vergunning krijgen voor een niet-plaatsgebonden entrepot op grond van artikel 36c van de uitvoeringsbeschikking. Dit geldt ook als hij gebruik maakt van de diensten van meer dan één BFV.
Artikel 4
Aanstelling BFV
Onderdeel van Omzetbelasting, fiscaal vertegenwoordiging· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023