Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aansprakelijkheid

Onderdeel van Omzetbelasting, fiscaal vertegenwoordiging· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023

De AFV is mede aansprakelijk voor de door zijn cliënten (de buitenlandse ondernemers waarvoor hij optreedt) verschuldigde btw en de daarmee samenhangende heffings- en invorderingsrente en administratieve boetes (artikel 24c, vierde lid, onderdeel b, van het uitvoeringsbesluit). Deze aansprakelijkheid is per kalenderjaar beperkt tot het door de inspecteur vastgestelde bedrag van de zekerheid. Als een naheffingsaanslag wordt opgelegd die betrekking heeft op meerdere kalenderjaren, is de AFV voor elk van de betrokken kalenderjaren aansprakelijk tot het bedrag van de per kalenderjaar gestelde zekerheid. De BFV is mede aansprakelijk voor de door zijn cliënten (de buitenlandse ondernemers waarvoor hij optreedt) verschuldigde btw en de daarmee samenhangende heffings- en invorderingsrente en administratieve boetes (artikel 24c, vijfde lid, onderdeel b, van het uitvoeringsbesluit). De aansprakelijkheid van de BFV is – in tegenstelling tot de aansprakelijkheid van de AFV – niet gemaximeerd tot het bedrag van de zekerheid. Om te beginnen staat het bedrag aan zekerheid dat de inspecteur heeft vastgesteld voor het totaal van de cliënten waarvoor de BFV optreedt, volledig ter beschikking. Dit geldt ook als de vordering van de Belastingdienst het gevolg is van het handelen of de nalatigheid van één of meerdere cliënt(en) van de BFV. Indien na uitwinning van die zekerheid nog een deel van de vordering openstaat, dan blijft de BFV mede aansprakelijk voor dat resterende deel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel