**1.** Een subcommissie bestaat uit de volgende subcommissieleden:
een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter; en
ten minste vijf en ten hoogste zeven andere subcommissieleden.
**2.** De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn accountant.
**3.** Ten minste 60% van de andere subcommissieleden is accountant.
**4.** De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een subcommissie worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het College voor een periode van vier jaar. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een subcommissie kunnen elk eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.
**5.** De andere subcommissieleden worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de voorzitter van de subcommissie en de voorzitter van het adviescollege voor een periode van vier jaar. Een ander subcommissielid kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.
**6.** De subcommissieleden treden af volgens een door het College vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk jaarlijks een gelijk aantal subcommissieleden aftreedt.
**7.** Het subcommissielid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
**8.** Het subcommissielid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening op de organen voor de Beroepsreglementering· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2023