Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Verordening op de organen voor de Beroepsreglementering· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 21 juni 2023

1. Het College bestaat uit de volgende collegeleden: een collegevoorzitter en een plaatsvervangend collegevoorzitter; zeven andere accountants-collegeleden; en ten minste één en maximaal drie andere niet-accountants-collegeleden. 2. De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter zijn accountant. 3. De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter worden door het bestuur benoemd voor een periode van vier jaar op gezamenlijke voordracht van de voorzitter van het bestuur en de voorzitter van het Belanghebbendenorgaan. De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter kunnen elk eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. 4. De andere collegeleden worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de collegevoorzitter en plaatsvervangend collegevoorzitter voor een periode van vier jaar. Een ander collegelid kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. 5. De collegeleden treden af volgens een door het College vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk jaarlijks een gelijk aantal leden aftreedt. 6. Het collegelid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats dit lid is benoemd, had moeten aftreden. 7. Het collegelid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. 8. De accountants die lid zijn van het college vervullen in hun dagelijkse werkzaamheden een goede afspiegeling van de rollen die accountants in Nederland bij de uitoefening van het beroep vervullen. 9. De expertise van de niet-accountantsleden moet complementair zijn aan de competenties van de accountants en een bijdrage kunnen leveren aan de goede beroepsuitoefening door accountants, 10. Door vernummering vervallen. 11. In de uitoefening van zijn taken en die van de subcommissies wordt het College bijgestaan door een staf. De staf legt verantwoording af aan de voorzitter van het college en wordt middels een interne service level agreement door de beroepsorganisatie aan het College ter beschikking gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel