**1.** Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
**2.** Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar, of zoveel eerder als op grond van andere verplichtingen van de stichting nodig is, een jaarrekening en bestuursverslag op te maken en legt deze voor aan de Raad van Toezicht.
**3.** De jaarrekening is ingericht overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de subsidieverplichtingen, gesteld door de Minister.
**4.** In de reglementen van het bestuur en de Raad van Toezicht kunnen bepalingen worden opgenomen omtrent andere onderwerpen die in de jaarrekening aan de orde dienen te komen.
**5.** De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurder(s) en de leden van de Raad van Toezicht. Ontbreekt ondertekening van één (1) of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
**6.** Alvorens tot vaststelling over te gaan, verleent de Raad van Toezicht aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening en formuleert de opdracht daartoe, het bepaalde in Artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**1.** Het bestuur stelt de jaarrekening vast en legt deze ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht.
**2.** De Raad van Toezicht keurt de jaarrekening goed. De in dit lid bedoelde goedkeuring vindt niet plaats zolang de Raad van Toezicht niet met de in Artikel 18 bedoelde accountant over diens bevindingen van gedachten heeft gewisseld.
**3.** Na goedkeuring van de jaarrekening besluit de Raad van Toezicht omtrent het verlenen van kwijting aan de bestuurder(s) voor de uitoefening van hun taak, voor zover van die taakuitoefening blijkt uit de jaarrekening of uit informatie die anderszins voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening aan de Raad van Toezicht is verstrekt. De reikwijdte van een verleende kwijting is onderworpen aan beperkingen op grond van de wet.
**1.** Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
**2.** Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, is het bestuur verplicht de op papier gestelde jaarrekening, alsmede de in lid 1 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren.
**3.** Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, kunnen de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel VI
Boekjaar, jaarrekening en administratie
Onderdeel van Statuten Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2023