Naar hoofdinhoud

Artikel VII

Statutenwijziging, ontbinding en vereffening

Onderdeel van Statuten Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 6 februari 2023

1. De Raad van Toezicht is bevoegd deze statuten te wijzigen, al dan niet nadat het bestuur daartoe een voorstel heeft gedaan. Het besluit van de Raad van Toezicht tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Minister. 2. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen in een tot dat doel bijeengeroepen vergadering van de Raad van Toezicht, waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig dan wel vertegenwoordigd zijn, met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. 3. Indien in een zodanige vergadering de Raad van Toezicht niet voltallig aanwezig is, wordt vervolgens binnen een maand doch niet eerder dan veertien dagen na de eerste vergadering een nieuwe vergadering met hetzelfde doel bijeengeroepen. In de tweede vergadering kan met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen tot statuten- wijzing worden besloten, ongeacht het aantal aanwezige dan wel vertegenwoordigde leden van de Raad van Toezicht. 4. Bij de oproeping tot een vergadering van de Raad van Toezicht waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks reeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste twee (2) weken. 5. Van een wijziging van de statuten wordt een notariële akte opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is iedere bestuurder bevoegd. 6. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. 7. Het bestuur doet van de statutenwijziging zo spoedig mogelijk mededeling in de Staatscourant. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden, doch niet eerder dan nadat voor dit besluit voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en van de Minister is ontvangen. 2. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in het tweede lid van het vorige Artikel van overeenkomstige toepassing. 3. De stichting kan voorts worden ontbonden door de Minister, nadat de Minister het bestuur hierover heeft gehoord. 4. In geval van ontbinding van de stichting krachtens besluit van het bestuur dan wel de Raad van Toezicht, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting. 5. De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een vereffenaar worden verlangd. 6. Bij het besluit tot ontbinding wordt, als onderdeel hiervan, de bestemming van het overschot na vereffening vastgesteld, welk overschot wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling in de zin van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen met een soortgelijke doelstelling. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de Minister. Tevens wordt, in overleg met de Minister, een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aangewezen. 7. Na ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd ‘in liquidatie’.

Rechtspraak bij dit artikel