De ambtenaren bedoeld in de onderdelen b, c en d van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, zijn bevoegd als aangewezen autoriteiten tot het raadplegen van gegevens om terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken, bedoeld in:
artikel 5, eerste lid, van de Eurodac-verordening;
artikel 3, eerste lid, van de VIS-verordening;
artikel 29, eerste lid, van de EES-verordening; en
artikel 50, eerste lid, van de Etias-verordening.
Paragraaf 2
Artikel 3
Aangewezen autoriteiten
Onderdeel van Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 29 november 2023