**1.** De officier van justitie oefent de taken en bevoegdheden uit van:
de controlerende autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening; en
het centraal toegangspunt, bedoeld in:
artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;
artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en
artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.
**2.** Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, treedt de officier van justitie volledig onafhankelijk op ten opzichte van de in artikel 3 aangewezen autoriteiten alsmede van de officier van justitie die het gezag over die autoriteiten uitoefent.
Paragraaf 2
Artikel 4
Centraal toegangspunt
Onderdeel van Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026