Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Doorlooptijd adresonderzoek vanaf datum ingang onderzoek

Onderdeel van Circulaire Adresonderzoek BRP· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 mei 2023

In algemene zin is het goed om een adresonderzoek zo snel mogelijk af te ronden. Zolang een adres in onderzoek staat, weten de betrokken afnemers van de BRP niet wat de situatie is met betrekking tot de gegevens op de persoonslijst en dit heeft consequenties voor hun taakuitoefening. Zie paragraaf 4.2. Een richtlijn is om het totale adresonderzoek, vanaf het moment dat de aantekening in onderzoek op de persoonslijst is geplaatst (par. 4.2), binnen tien weken af te ronden: twee weken na aanschrijving om de persoon alsnog aangifte te laten doen (par. 4.3); vier weken om inlichtingen in te winnen en huisbezoek te verrichten (par. 4.4 en 4.5); vier weken om voornemen en besluit kenbaar te maken aan de persoon en het besluit uit te voeren (par. 4.6 t/m 4.8). Om deze termijnen te halen, verdient het aanbeveling om voor elk adresonderzoek een plan op te stellen inclusief doorlooptijden. Bovenstaande betreft een richtlijn; gemeenten kunnen hier naar eigen oordeel van afwijken, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Dit zijn keuzes die gemotiveerd terugkomen in het onderzoekdossier. De doorlooptijd kan aanzienlijk korter zijn als het gaat om een melding van de IND waaruit blijkt dat de burger die geen rechtmatig verblijf (meer) heeft, onder begeleiding uit Nederland is vertrokken, dan wel dat bij de IND bekend is dat de burger vrijwillig Nederland heeft verlaten. In dit geval hoeft er geen adresonderzoek plaats te vinden maar kan direct het voornemen kenbaar gemaakt worden dat het vertrek van de burger ambtshalve zal worden verwerkt. Kort daarop (bijvoorbeeld na twee weken) kan het besluit kenbaar gemaakt en uitgevoerd worden.

Rechtspraak bij dit artikel