Er is geen vastomlijnde definitie van sociale problematiek. Het gaat om situaties waarin er vanuit het perspectief van de burger een bepaalde – al dan niet expliciet uitgesproken – hulpbehoefte is, dan wel waarin acties vanuit de overheid ondersteunend of noodzakelijk kunnen zijn. Te denken valt aan: schuldenproblematiek, slechte woonomstandigheden, verslaving, huiselijk geweld, ondersteuning bij zelfregie en eenzaamheid. Naast sociale problematiek kunnen er ook andere zaken spelen, bijvoorbeeld in het veiligheidsdomein, zoals ondermijning.22Zie Model privacy protocol binnengemeentelijke gegevensdeling | Rapport | Rijksoverheid.nl. Dit model privacy protocol kan voor gemeenten een handleiding en basis voor een eigen privacy protocol vormen voor de binnengemeentelijke gegevensuitwisseling ten behoeve van de bestrijding van ondermijning. Deze onderwerpen kunnen evengoed aan het licht komen bij een adresonderzoek en om actie vanuit de overheid vragen.
Bij de signalering van sociale problematiek is structurele multidisciplinaire samenwerking aanbevolen. Het kan daarbij gaan om samenwerking binnen de gemeente, met bijvoorbeeld de afdelingen Werk en Inkomen, en collega’s die betrokken zijn bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), handhaving, schuldhulpverlening of de Jeugdwet. In veel gevallen zijn er ook externe partijen betrokken bij de samenwerking, zoals de GGD, geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke opvang. In kleinere gemeenten is dit netwerk van partners vaak niet (geheel) in de eigen gemeente aanwezig. Zij zullen bij hun afwegingen dus overleggen met regionale partners. Hoe de multidisciplinaire samenwerking precies wordt ingericht is aan gemeenten zelf (eigen beleid). De praktijk kent verschillende vormen die goed kunnen werken. In deze circulaire worden dan ook slechts suggesties gedaan voor het vormgeven van multidisciplinaire samenwerking:
Er is vastgesteld gemeentelijk beleid over de inrichting van multidisciplinaire samenwerking op dit onderwerp, met borging van de privacyregels (AVG) en andere rechten van de burger. Een Functionaris Gegevensbescherming, jurist en beleidsmedewerker zijn betrokken bij de totstandkoming van dit beleid;
Er is een vast aanspreekpunt in het sociaal domein en veiligheidsdomein;
Er is een periodiek casusoverleg met het sociaal domein en eventueel ook andere afdelingen binnen de gemeente (zoals handhaving, bouw- en woningtoezicht, belastingen en veiligheid);
Er zijn periodiek trainingen voor toezichthouders BRP over wat te doen bij signalen van sociale problematiek, denk daarbij bijvoorbeeld aan gesprekstechnieken. Deze trainingen worden bijvoorbeeld samen met andere gemeenten georganiseerd of samen met het sociaal domein;
Er zijn heldere afspraken over binnengemeentelijk terugmelden. Het is van belang dat meldingen van mogelijk onjuiste adresinschrijvingen direct worden gedaan. Dit geldt ook voor andere afdelingen binnen de gemeente (zoals Vergunningen en Toezicht). Voor de binnengemeentelijke terugmelding kan de Terugmeldvoorziening worden gebruikt. Een schriftelijke melding (bijv. per mail) is ook mogelijk. Het verdient aanbeveling om bij gemeentelijke regeling regels te stellen over het binnengemeentelijk terugmelden. Artikel 2.34, vierde lid, Wet BRP biedt de grondslag voor het stellen van dergelijke regels.
Het huisbezoek is een belangrijk moment om signalen van mogelijke sociale problematiek op te vangen. Dat kan ook al in de voorbereiding op het huisbezoek. Hieronder worden een aantal suggesties gedaan voor het benutten van het huisbezoek.
Ga in de voorbereiding op een huisbezoek in gesprek met collega’s. Komt het adres bij u of bij collega’s bekend voor – bijvoorbeeld uit eerdere onderzoeken? Ontstaat bij de voorbereiding van het huisbezoek het vermoeden dat er sociale problematiek speelt – leg dan contact met het aanspreekpunt in het sociaal domein, mogelijk is de casus daar al bekend. Het doel is om goed geïnformeerd op huisbezoek te gaan en in staat te zijn om meervoudig naar de casus te kijken.
Met het veiligheidsdomein kan vooraf een risico inschatting worden gemaakt, om eventuele onveilige situaties voor de toezichthouders BRP te voorkomen. Het kan ook gaan om afspraken over wat te doen bij signalering van ondermijningsactiviteiten.
Het huisbezoek kan worden afgelegd door een medewerker die voor meerdere wetten (domeinen) aangewezen is als toezichthouder. Het voordeel hiervan is dat meervoudig naar de casus kan worden gekeken; vanuit verschillende domeinkennis. Voorwaarde is dat vanuit de verschillende domeinen een grondslag bestaat voor het toezicht en de burger hiervan op de hoogte wordt gesteld (de Wet BRP of bijvoorbeeld de Huisvestingswet 2014).
Bij het signaleren van sociale problematiek tijdens een huisbezoek kunnen de gesprekstechnieken of informatie over de sociale kaart23Sociale Kaart - Sociale Kaart bijdragen om te achterhalen of de betrokken persoon een hulpvraag heeft voor de gemeente. Is er geen behoefte aan hulp dan kan ervoor gekozen worden wel informatie achter te laten (bijvoorbeeld de sociale kaart/ folder).
Als de uitkomst van het huisbezoek is dat nadere actie vanuit de gemeente nodig is, deelt u deze informatie met de betrokken collega’s die het aangaat; bijvoorbeeld schuldhulpverlening.24In de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is vroegsignalering van (dreigende) problematische schulden expliciet vastgelegd als (regie)taak van de gemeente. De taak ligt binnen het Sociaal Domein bij schuldhulpverlening. Zie verder onder 8.4.
De zorgbehoefte kan bestaan uit het feit dat iemand geen vast woonadres heeft, in dat geval is het van groot belang dat deze persoon ingeschreven wordt of blijft. Het briefadres kan daarbij de uitkomst zijn als er geen sprake is van een woonadres in de zin van de Wet BRP. Om verdere escalatie van persoonlijke problematiek te voorkomen kan naast het briefadres, het sociaal domein ondersteuning bieden in de zoektocht naar gepaste woonruimte. Voor meer informatie en praktische handvatten voor de beoordeling van een dergelijke casus wordt verwezen naar de Handreiking briefadressen en het voorkomen van dakloosheid.25Handreiking briefadressen en het voorkomen van dakloosheid (divosa.nl)
In een aantal stappen kan het delen van informatie met bijvoorbeeld het sociaal domein wenselijk zijn. Veelal zal het daarbij gaan om persoonsgegevens in de zin van de AVG. Het verdient aanbeveling om de gegevensdeling onderdeel te laten zijn van het gemeentelijk beleid (zie onder 8.2), daarbij vast te leggen wat de grondslagen voor gegevensdeling zijn en deze te laten toetsen door de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Verder is het verplicht om de verstrekkingen bij te houden in het verwerkingenregister van de gemeente. Voor nadere instructie over het delen van informatie uit een adresonderzoek wordt verwezen naar de Handreiking Binnengemeentelijke samenwerking adreskwaliteit.
Voor vragen over deze circulaire kunt u contact opnemen met het Contactcentrum van de Rijksdienst voor de Identiteitsgegevens (RvIG), telefoonnummer 088-9001000. Deze circulaire is ook te vinden op www.rvig.nl.
Deze circulaire is tot stand gekomen in overleg met de NVVB, de VNG en diverse gemeenten.
Artikel 8
Instructie signaleren sociale problematiek tijdens BRP-adresonderzoek
Onderdeel van Circulaire Adresonderzoek BRP· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 mei 2023