**1.** Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor alle bevoegdheden van de bewindspersoon ten aanzien van de bedrijfsvoering van het ministerie, die behoren bij de uitoefening van zijn taken genoemd in artikel 4, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 30 en 32, tweede lid.
**2.** De plaatsvervangend secretaris-generaal kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan functionarissen, niet zijnde diensthoofden en rechtstreeks onder de diensthoofden ressorterende functionarissen.
Hoofdstuk 3 › § 3.1
Artikel 26
Mandaat aan en ondermandaat door plaatsvervangend secretaris-generaal
Onderdeel van Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 7 januari 2026